ECLI:NL:HR:2008:BB6415
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Toepassing urencriterium en zelfstandigenaftrek bij buitenlandse belastingplichtigen in het kader van artikel 43 EG
Belanghebbende, een buitenlandse belastingplichtige woonachtig in Duitsland en actief in de glastuinbouw, voerde meer dan 1225 uren werkzaamheden uit voor zijn onderneming, waarvan minder dan 1225 uren voor de Nederlandse vaste inrichting. De vraag was of hij recht heeft op de zelfstandigenaftrek, die afhankelijk is van het urencriterium, waarbij het Hof oordeelde dat ook uren besteed aan de buitenlandse vestiging meetellen.
De Inspecteur stelde dat alleen uren voor de Nederlandse onderneming meetellen, maar het Hof verwierp dit standpunt omdat anders sprake zou zijn van verboden discriminatie volgens artikel 43 EG Pro. De Hoge Raad stelt vast dat het systeem van de Wet IB 2001 in principe niet voorziet in het meetellen van buitenlandse uren voor buitenlandse belastingplichtigen, maar erkent dat het uitsluiten hiervan kan leiden tot strijd met het Europees recht.
De Hoge Raad vraagt het Hof van Justitie om prejudiciële uitspraak over de vraag of artikel 43 EG Pro zich verzet tegen de toepassing van een nationale regeling die onderscheid maakt tussen binnenlandse en buitenlandse belastingplichtigen, terwijl de buitenlandse belastingplichtige de mogelijkheid heeft om te kiezen voor binnenlandse belastingplichtige status maar deze niet heeft benut. Het geding wordt geschorst in afwachting van deze uitspraak.
Uitkomst: De Hoge Raad houdt de zaak aan en verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële uitspraak over de toepassing van artikel 43 EG op het urencriterium en de zelfstandigenaftrek voor buitenlandse belastingplichtigen.