ECLI:NL:HR:2008:BB7087
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor zware mishandeling door flagrante overtreding tijdens voetbalwedstrijd
Op 17 december 2004 vond tijdens een voetbalwedstrijd tussen Sparta en Go Ahead Eagles een incident plaats waarbij verdachte een speler van de tegenpartij met een vliegende tackle raakte, resulterend in een gecompliceerde beenbreuk en blijvend letsel. Het hof oordeelde dat verdachte zich bewust was van de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel en deze opzet had aanvaard.
De bewijslast bestond uit verklaringen van het slachtoffer, de scheidsrechter, getuigen, medische rapporten en videobeelden van het incident. De scheidsrechter kwalificeerde de actie als een buitensporige en roekeloze inzet die in zijn loopbaan ongekend was. Verdachte zelf verklaarde dat hij de bal wilde raken, niet de tegenstander.
De Hoge Raad bevestigde dat gedragingen in een sport- of spelsituatie niet anders beoordeeld dienen te worden dan buiten zo'n situatie, behoudens de vraag of het bewezenverklaarde als mishandeling kan worden gekwalificeerd. Het hof heeft terecht geoordeeld dat de flagrante overtreding en de uiterlijke verschijningsvorm van de actie duiden op voorwaardelijk opzet. Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling tot zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf met proeftijd gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor zware mishandeling met een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden.