ECLI:NL:HR:2008:BB7667
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- B.C. Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Veroordeling schending geheimhouding gemeentelijk rapport ondanks ontbreken melding op stukken
In deze strafzaak stond de schending van een geheimhouding op gemeentelijke stukken centraal. De verdachte, lid van de gemeenteraad van Vlaardingen, werd veroordeeld voor het opzettelijk schenden van een geheim waarvan hij wist dat het uit hoofde van zijn ambt geheim moest blijven. Het geschil betrof de vraag of de geheimhoudingsplicht rechtsgeldig was opgelegd, aangezien op het rapport zelf geen melding van geheimhouding stond, maar wel een begeleidende brief met de aanhef "persoonlijk en geheim" waarin de geheimhouding werd opgelegd.
De Hoge Raad overwoog dat artikel 25 van Pro de Gemeentewet niet voorschrijft dat de melding van geheimhouding letterlijk op elk stuk moet staan. Het is voldoende dat de geadresseerde kenbaar wordt gemaakt dat er een geheimhoudingsplicht geldt, bijvoorbeeld via een begeleidende brief. De wetsgeschiedenis ondersteunt dat de strekking is dat het van meet af aan duidelijk moet zijn dat het om geheime stukken gaat, maar dit hoeft niet per se op het stuk zelf te staan.
De verdediging voerde aan dat de geheimhouding niet rechtsgeldig was opgelegd omdat het rapport zelf geen vermelding droeg, maar dit verweer werd verworpen. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de brief met de duidelijke melding volstaat. De verdachte werd daarom terecht veroordeeld voor het schenden van het geheim. Het beroep in cassatie werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling wegens schending van geheimhouding.