ECLI:NL:HR:2008:BB7668
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- B.C. Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Veroordeling schending geheimhouding op grond van artikel 25 Gemeentewet
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin de verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk schenden van een geheim dat hij uit hoofde van zijn ambt als fractievoorzitter en raadslid van de gemeenteraad van Vlaardingen verplicht was te bewaren. De geheimhouding betrof een rapport dat aan de raad was voorgelegd.
De verdediging voerde aan dat het rapport niet conform de Gemeentewet als geheim was aangemerkt omdat op het stuk zelf geen melding van geheimhouding stond, en dat geheimhouding alleen kan worden opgelegd indien dit op het stuk zelf vermeld staat. De Hoge Raad oordeelt dat uit de wetsgeschiedenis en de tekst van artikel 25 Gemeentewet Pro niet volgt dat de melding op het stuk zelf een vereiste is voor het ontstaan van de geheimhoudingsplicht.
Het hof had geoordeeld dat de geheimhouding ook kan worden opgelegd via een begeleidende brief met de aanhef "persoonlijk en geheim" waarin melding wordt gemaakt van de opgelegde geheimhouding. Dit oordeel is volgens de Hoge Raad juist en niet onbegrijpelijk.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de veroordeling van de verdachte tot een geldboete van € 500,- subsidiair tien dagen hechtenis wegens het schenden van het geheim. De uitspraak benadrukt dat de strekking van artikel 25 Gemeentewet Pro is dat van meet af aan duidelijk moet zijn dat het om geheim te houden stukken gaat, maar dat dit niet per se op het stuk zelf vermeld hoeft te zijn.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot een geldboete van € 500,- subsidiair tien dagen hechtenis wordt bevestigd.