ECLI:NL:HR:2008:BB7678
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende bewijs mishandeling bij keelgreep en klap tegen oor
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin hij werd vrijgesproken van enkele feiten, maar veroordeeld voor mishandeling door middel van een keelgreep en een klap tegen het oor op 2 augustus 2003 te Zaandam.
De Hoge Raad overweegt dat het cassatieberoep niet gericht is tegen de vrijspraken voor feiten 1, 3 en 5, maar wel tegen de vrijspraak van het primair tenlastegelegde feit 2 wegens het ontbreken van een beperking in de cassatieakte. Uit de bewijsmiddelen en de bewijsoverwegingen kan echter niet worden afgeleid dat verdachte de mishandeling heeft gepleegd, omdat de pleegplaats niet uit de bewijsmiddelen blijkt en er geen bewijs is dat het slachtoffer letsel heeft opgelopen.
Het hof had bewezen verklaard dat verdachte mishandeling pleegde door de keelgreep en de klap tegen het oor, gesteund op verklaringen van het slachtoffer en getuigen en foto's van letsel. Desondanks oordeelt de Hoge Raad dat dit onvoldoende is om de bewezenverklaring te handhaven.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het betrekking heeft op de mishandeling onder 2 subsidiair en 4 tenlastegelegde feiten en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting op het bestaande hoger beroep.
De uitspraak is gewezen op 15 januari 2008 door de vice-president Corstens en raadsheren Ilsink en Thomassen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug wegens onvoldoende bewijs mishandeling.