ECLI:NL:HR:2008:BB8883
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens onduidelijkheid persoonsgegevens verdachte
In deze strafzaak was de verdachte veroordeeld door de rechtbank wegens overtreding van de Opiumwet en bezit van een vals document. In hoger beroep stelde het hof de verdachte niet-ontvankelijk omdat het meende dat het hoger beroep was ingesteld onder een valse naam, aangezien de persoon die ter terechtzitting verscheen andere persoonsgegevens had opgegeven dan degene ten name van wie het vonnis was gewezen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof dit oordeel niet kan handhaven. Uit het dossier blijkt dat de verdachte vanaf het begin verschillende persoonsnamen gebruikte en dat deze namen in diverse combinaties in het dossier voorkomen. Het vonnis van de rechtbank is gesteld op naam van de verdachte met beide namen als alias. Daarom kan niet worden geconcludeerd dat het hoger beroep onder een valse naam is ingesteld.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof, behoudens het deel waarin het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk werd verklaard, en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep. Dit arrest bevestigt het belang van correcte en ware persoonsgegevens bij het aanwenden van rechtsmiddelen volgens de artikelen 449-452 Sv.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.