ECLI:NL:HR:2008:BB9249
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt nietigheid ontslag op staande voet en verplicht doorbetaling loon
In deze arbeidsgeschilprocedure stond de rechtsgeldigheid van een ontslag op staande voet centraal. Verweerder werd op 4 oktober 2002 door eiseres op staande voet ontslagen. Verweerder stelde dat dit ontslag nietig was en vorderde loonbetaling vanaf die datum tot het einde van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelde dat het ontslag nietig was en veroordeelde eiseres tot betaling van loon over de periode 4 oktober 2002 tot 1 december 2002.
Eiseres ging in hoger beroep, maar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter. Vervolgens stelde eiseres beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep zonder nadere motivering, omdat de aangevoerde klachten geen aanleiding gaven tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraken dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was en dat eiseres gehouden was tot doorbetaling van loon. Tevens werd eiseres veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is nietig verklaard en eiseres is veroordeeld tot doorbetaling van loon.