ECLI:NL:HR:2008:BC0386

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 februari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R07/084HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.M.J. Buchem-Spapens
  • A. Hammerstein
  • J.C. van Oven
  • E.J. Numann
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging partneralimentatie na echtscheiding bevestigd door Hoge Raad

De man verzocht de rechtbank Dordrecht om de partneralimentatie die hij aan zijn voormalige echtgenote moest betalen te wijzigen en op nihil te stellen. De vrouw verzocht juist om een vaststelling van de alimentatie op €4.400 per maand. De rechtbank wijzigde de alimentatie en stelde deze vast op €688 per maand met ingang van 15 maart 2005.

De vrouw ging in hoger beroep tegen deze beschikking en de man stelde incidenteel hoger beroep in. Het gerechtshof te 's-Gravenhage vernietigde de beschikking van de rechtbank en stelde de alimentatie vast op €1.440 per maand met ingang van de datum van het hofbesluit.

De man stelde beroep in cassatie in tegen deze beslissing. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van het cassatiemiddel niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af zonder nadere motivering, gelet op artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Hiermee werd de beschikking van het hof bevestigd.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de alimentatievaststelling van het hof op €1.440 per maand.

Uitspraak

1 februari 2008
Eerste Kamer
Rek.nr. R07/084HR
MK/JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 15 maart 2005 ter griffie van de rechtbank Dordrecht ingekomen verzoekschrift heeft de man zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, de bij beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 28 november 2001 vastgestelde alimentatieverplichting ten behoeve van de vrouw te wijzigen en de alimentatie op nihil te bepalen.
De vrouw heeft het verzoek bestreden en verzocht te bepalen dat de alimentatie wordt vastgesteld op € 4.400,-- per maand.
De rechtbank heeft bij beschikking van 14 december 2005 de bij beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 28 november 2001 aan de man ten behoeve van de vrouw opgelegde alimentatieverplichting gewijzigd en de door de man te betalen alimentatie ten behoeve van de vrouw met ingang van 15 maart 2005 op € 688,-- per maand bepaald.
Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. De man heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij beschikking van 24 januari 2007 heeft het hof de bestreden beschikking vernietigd en, opnieuw beschikkende, met dienovereenkomstige wijziging van de beschikking van het hof van 28 november 2001, de alimentatie voor de vrouw ten laste van de man met ingang van de datum van de beschikking van het hof op € 1.440,-- per maand bepaald.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks, behoeft. Gezien art. 81 RO Pro geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 1 februari 2008.