ECLI:NL:HR:2008:BC1353
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping beroep op noodweerexces bij mishandeling
Op 5 maart 2005 heeft verdachte te Papendrecht een persoon mishandeld door hem meerdere keren te slaan, schoppen en duwen, waardoor het slachtoffer letsel opliep. Verdachte voerde aan dat hij handelde uit noodweerexces, nadat het slachtoffer hem eerst had vastgegrepen.
Het hof verwierp dit verweer omdat de noodweersituatie was beëindigd toen verdachte zich had losgemaakt en was weggelopen. De daaropvolgende aanval was niet meer noodzakelijk ter verdediging, ook niet na een verbale provocatie van het slachtoffer. Het hof oordeelde dat het handelen van verdachte niet het onmiddellijke gevolg was van een hevige gemoedsbeweging veroorzaakt door de eerdere aanranding.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verklaart dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd. Het cassatieberoep wordt verworpen. Tevens wordt opgemerkt dat de redelijke termijn is overschreden, maar dit geen rechtsgevolg heeft omdat geen straf is opgelegd.
Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 22 januari 2008.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het hof oordeelde terecht dat noodweerexces niet aannemelijk is.