ECLI:NL:HR:2008:BC2202
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Geen vertegenwoordiging joint venture zonder overwegende zeggenschap in Centrale Ondernemingsraad
De Centrale Ondernemingsraad (COR) van TNT N.V. verzocht de kantonrechter te bepalen dat Cendris BSC Customer Contact B.V. als meerderheidsdeelneming van TNT moet worden beschouwd en vertegenwoordigd dient te zijn in de COR op grond van gemaakte afspraken en art. 33 WOR Pro. De kantonrechter wees dit verzoek toe, maar het hof vernietigde deze beslissing en wees het verzoek af. Het geschil draaide om de vraag of Cendris BSC tot de groep verbonden ondernemingen van TNT behoort, waarbij de overwegende zeggenschap bepalend is.
Het hof oordeelde dat hoewel TNT 51% van de aandelen houdt, door statutaire bepalingen en samenwerking met Essent Retail Bedrijven B.V., TNT geen overwegende zeggenschap heeft in Cendris BSC. Hierdoor behoort Cendris BSC niet tot de groep verbonden ondernemingen van TNT en hoeft het niet in de medezeggenschapsstructuur te worden opgenomen. Ook de tussen partijen gemaakte afspraken over meerderheidsdeelnemingen waren niet van toepassing zonder overwegende zeggenschap.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de COR en bevestigde dat de uitleg van het hof juist was. De Hoge Raad benadrukte dat het begrip 'in een groep verbonden ondernemers' in art. 33 lid 3 WOR Pro bewust niet nader is omschreven en dat het criterium van overwegende zeggenschap leidend is. De uitspraak bevestigt dat medezeggenschap volgt uit zeggenschap en dat joint ventures zonder overwegende zeggenschap niet automatisch tot de groep worden gerekend.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat Cendris BSC zonder overwegende zeggenschap niet tot de groep verbonden ondernemingen behoort en niet vertegenwoordigd hoeft te worden in de COR van TNT.