ECLI:NL:HR:2008:BC2605
Hoge Raad
- Cassatie
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over aftrekbaarheid lijfrentepremies en terugwerkende toerekening resultaten BV
Belanghebbende was in geschil met de Inspecteur over de aftrekbaarheid van premies voor lijfrenten en de toerekening van resultaten aan een BV met terugwerkende kracht over het jaar 1996. Na eerdere procedures werd het geschil door het Hof Arnhem in het voordeel van belanghebbende beslist, waarbij de aanslag werd verminderd.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak, evenals belanghebbende. De Hoge Raad oordeelde dat belanghebbende niet kan worden tegengeworpen dat het verzoek om toepassing van het Besluit van 9 oktober 1995 niet tijdig is ingediend, omdat het verzoek feitelijk binnen de procedure werd gedaan en het Besluit geen strikte termijn bevat.
Het hof had echter ten onrechte geen rekening gehouden met de aftrek van de omzetting van de fiscale oudedagsreserve in een lijfrente, hetgeen door de Hoge Raad werd erkend. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en de uitspraak van de Inspecteur, en droeg de Inspecteur op opnieuw uitspraak te doen waarbij belanghebbende en de BV de gelegenheid krijgen de akkoordverklaring in te dienen.
Daarnaast werden proceskosten toegewezen aan belanghebbende, terwijl het incidentele cassatieberoep van de Staatssecretaris werd verworpen. De Hoge Raad corrigeerde ook enkele fouten in de vaststelling van het belastbare inkomen door het hof, zonder de grenzen van de rechtsstrijd te overschrijden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en draagt de Inspecteur op opnieuw uitspraak te doen met mogelijkheid tot indiening akkoordverklaring.