ECLI:NL:HR:2008:BC2837
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Huurkoop aandelenlease-overeenkomsten en het vereiste van schriftelijke toestemming echtgenoot
In deze zaak stond centraal of aandelenlease-overeenkomsten kwalificeren als huurkoop in de zin van art. 7A:1576 BW en of voor het aangaan daarvan schriftelijke toestemming van de echtgenoot vereist is op grond van art. 1:88 lid 1 onder Pro d BW.
De feiten betroffen zes schriftelijke overeenkomsten gesloten door [verweerder 1] met een rechtsvoorganger van Dexia, waarbij aandelen werden gekocht met betaling in termijnen. De aandelen werden voorwaardelijk op naam van [verweerder 1] bijgeschreven, waarbij hij het genot van de aandelen had maar nog niet alle aandeelhoudersrechten kon uitoefenen. [Verweerster 2] vernietigde de overeenkomsten buitengerechtelijk wegens het ontbreken van haar schriftelijke toestemming.
De kantonrechter en het hof oordeelden dat het om huurkoop ging en dat de vernietiging rechtsgeldig was. Dexia stelde in cassatie dat huurkoop alleen betrekking heeft op zaken, niet op vermogensrechten zoals aandelen, en dat het toestemmingsvereiste niet van toepassing is. De Hoge Raad verwierp deze stellingen en bevestigde dat koop op afbetaling ook vermogensrechten kan betreffen en dat het toestemmingsvereiste van art. 1:88 lid 1 onder Pro d BW ook daarop van toepassing is. De Hoge Raad wees tevens het beroep van Dexia op art. 6:278 BW Pro af en veroordeelde Dexia in de kosten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat aandelenlease-overeenkomsten huurkoop zijn en dat schriftelijke toestemming van de echtgenoot vereist is; het cassatieberoep van Dexia wordt verworpen.