ECLI:NL:HR:2008:BC3168
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid verblijfsaantekening paspoort voor loonbelasting naheffing
Belanghebbende exploiteerde in 1999 een agrarisch loonbedrijf en kreeg een naheffingsaanslag en boete opgelegd wegens het toepassen van het anoniementarief voor een werknemer wiens identiteit niet volgens de Inspecteur was vastgesteld.
De identiteit van de werknemer was vastgesteld aan de hand van een Turks paspoort met een verblijfsaantekening die vermeldde dat uitzetting werd opgeschort zolang bezwaar of beroep liep. Het hof oordeelde dat deze aantekening voldeed aan de Wet op de identificatieplicht, waardoor de naheffingsaanslag en boete onterecht waren opgelegd en deze werden verminderd.
De Hoge Raad bevestigde dat de verblijfsaantekening in het paspoort een geldig bewijs is van rechtmatig verblijf volgens de Vreemdelingenwet en de Regeling bescheiden rechtmatig verblijf. Het middel dat dit betwistte faalde.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond, vernietigde het hofarrest echter deels voor wat betreft de boete en verminderde deze verder wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure.
Er werden geen proceskosten aan de Staat opgelegd, maar wel een griffierecht geheven voor het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond, vernietigt het hofarrest deels en vermindert de boete tot € 2321.