ECLI:NL:HR:2008:BC3406

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 februari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/11684 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 SvArt. 459 SvArt. 460 SvArt. 27 Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid herzieningsverzoek wegens ontbreken bewijsmiddelen

De aanvrager was door de Politierechter veroordeeld wegens medeplegen en bezit van een vals waardekaartje, met een opgelegde werkstraf en subsidiaire hechtenis. De aanvrager diende een verzoek tot herziening in bij de Hoge Raad, waarin werd gesteld dat er sprake zou zijn van persoonsverwisseling en andere omstandigheden die tot vrijspraak of ontslag zouden moeten leiden.

De Hoge Raad beoordeelde het verzoek en stelde vast dat de aanvraag geen opgave van bewijsmiddelen bevatte die de genoemde omstandigheden konden staven, zoals vereist op grond van artikel 459 Sv Pro. Zonder deze opgave kan het verzoek niet worden ontvangen en is het niet-ontvankelijk.

Daarnaast merkte de Hoge Raad op dat de omstandigheden waarop het verzoek steunt reeds bekend waren uit het dossier dat aan de Hoge Raad ter beschikking stond. Dit betekent dat deze omstandigheden geen nieuwe gronden voor herziening opleveren. De enkele aanwezigheid van een onduidelijke camera-opname in het dossier kan geen persoonsverwisseling aantonen.

Daarom verklaarde de Hoge Raad het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk. Dit arrest bevestigt de strikte eisen aan herzieningsverzoeken en het belang van nieuwe, met bewijsmiddelen gestaafde feiten.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een opgave van bewijsmiddelen.

Uitspraak

5 februari 2008
Strafkamer
nr. 07/11684 H
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Arnhem van 7 juli 2006, nummer 05/910261-05, ingediend door mr. A. Kiliç-Sahin, advocaat te Lent, namens:
[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Politierechter heeft de aanvrager ter zake van 1. "medeplegen van in het bezit zijn van een waardekaart bedoeld voor het verrichten van betalingen langs geautomatiseerde weg, waarvan hij weet dat het vals is" en 2. "in het bezit zijn van een waardekaart bedoeld voor het verrichten van betalingen langs geautomatiseerde weg, waarvan hij weet dat het vals is" veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van tachtig uren, subsidiair veertig dagen hechtenis met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv Pro slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.
3.2. Art. 459 Sv Pro schrijft voor dat de aanvrage tot herziening inhoudt de omstandigheid als hiervoor bedoeld, waarop zij steunt, en verder een opgave bevat van de bewijsmiddelen waaruit van die omstandigheid kan blijken.
3.3. De aanvrage bevat geen opgave van bewijsmiddelen waaruit van de daarin genoemde omstandigheden kan blijken. De aanvrage kan daarom, gelet op het bepaalde in de art. 459 en Pro 460 Sv, niet worden ontvangen.
4. Voorts verdient het volgende opmerking. De aanvrage steunt op omstandigheden die zijn vermeld in stukken die zich bevinden in het de Hoge Raad ter beschikking staande dossier. Derhalve kan niet worden gezegd dat deze omstandigheden de rechter die de veroordeling heeft uitgesproken niet bekend waren. Gronden voor herziening leveren deze omstandigheden dan ook niet op. In het bijzonder kan aan de enkele omstandigheid dat zich in het dossier een afdruk bevindt van een camera-opname van de persoon die met een vals pasje zou hebben getankt - op welke opname de beeltenis van die persoon niet duidelijk waarneembaar is - de gestelde persoonsverwisseling niet worden afgeleid.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren W.A.M. van Schendel en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 5 februari 2008.