ECLI:NL:HR:2008:BC3553
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over getuigenverhoor en verrekening uitleveringsdetentie bij gevangenisstraf
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam een verdachte veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf voor medeplegen van moord en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd. De verdediging verzocht om het horen van een getuige die alleen door de politie was gehoord, maar het hof wees dit verzoek af omdat de getuige reeds door de rechter-commissaris in de zaak van een medeverdachte was gehoord.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof zich baseerde op een onjuist feitelijk gegeven, aangezien de getuige niet in de zaak van de verdachte door de rechter-commissaris was gehoord en de raadsman van de verdachte hiervan op de hoogte was. De verdediging had na het tussenarrest moeten reageren op deze motivering, maar heeft dit nagelaten, waardoor het middel niet tot cassatie leidt.
Daarnaast verbetert de Hoge Raad ambtshalve de uitspraak door de tijd die de verdachte in uitleveringsdetentie in Duitsland heeft doorgebracht in mindering te brengen op de opgelegde gevangenisstraf, conform art. 27 Sr Pro. Het beroep wordt voor het overige verworpen. Het arrest is gewezen door de Strafkamer van de Hoge Raad op 18 maart 2008.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst cassatie af en brengt ambtshalve de uitleveringsdetentie in mindering op de opgelegde gevangenisstraf.