ECLI:NL:HR:2008:BC3555
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens ontoereikendheid motivering afwijzing getuigenverhoor
In deze strafzaak stelde de verdediging een verzoek in om een getuige te horen die slechts door de politie was gehoord en niet door de rechter-commissaris in de zaak tegen de verdachte. Het hof wees dit verzoek af, stellende dat de getuige reeds door de rechter-commissaris was gehoord en de verdediging de gelegenheid had gehad vragen te stellen. De Hoge Raad constateerde dat dit oordeel op een onjuist feitelijk gegeven berustte, aangezien de getuige alleen in de zaak tegen een medeverdachte was gehoord, en niet in de zaak tegen de verdachte zelf.
Desondanks oordeelde de Hoge Raad dat de raadsman van de verdachte ook als raadsman van de medeverdachte optrad en het proces-verbaal van het verhoor van de getuige door de rechter-commissaris tot zijn beschikking had. Hierdoor was het voor de verdediging duidelijk dat het hof een foutief feitelijk argument gebruikte. De verdediging had na het tussenarrest op de daaropvolgende zittingen het gebrek in de motivering aan het hof kenbaar moeten maken, wat niet is gebeurd.
De Hoge Raad concludeerde dat het middel niet voor het eerst in cassatie kan worden aangevoerd en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die dit zouden rechtvaardigen. De overige middelen faalden eveneens, waarna het cassatieberoep werd verworpen. Het hof had de verdachte veroordeeld voor medeplegen van moord, wapensmokkel en drugsdelicten tot een gevangenisstraf van 14 jaar met verbeurdverklaring en betalingsverplichting aan de benadeelde partij.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen en het hofarrest met een gevangenisstraf van 14 jaar bevestigd.