ECLI:NL:HR:2008:BC3557
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad wijzigt ambtshalve beslissing over schadevergoedingsmaatregel en verwerpt cassatie
In deze zaak stond het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam centraal. Het hof had bij de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzuimd de naam van de benadeelde partij te vermelden en de betalingsverplichtingen tussen verdachte, de Staat en de benadeelde partij correct te regelen.
De Hoge Raad constateerde dat dit een kennelijke vergissing betrof en verbeterde ambtshalve de bestreden uitspraak door te bepalen dat betaling door verdachte aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij doet vervallen en vice versa. De middelen van cassatie konden niet tot vernietiging leiden en behoefden geen nadere motivering.
De Hoge Raad nam kennis van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal. Gezien het ontbreken van gronden voor vernietiging werd het cassatieberoep verworpen en bleef het arrest van het hof in stand.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, op 18 maart 2008.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en de bestreden uitspraak wordt ambtshalve verbeterd.