ECLI:NL:HR:2008:BC3557

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 maart 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
00832/07
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad wijzigt ambtshalve beslissing over schadevergoedingsmaatregel en verwerpt cassatie

In deze zaak stond het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam centraal. Het hof had bij de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzuimd de naam van de benadeelde partij te vermelden en de betalingsverplichtingen tussen verdachte, de Staat en de benadeelde partij correct te regelen.

De Hoge Raad constateerde dat dit een kennelijke vergissing betrof en verbeterde ambtshalve de bestreden uitspraak door te bepalen dat betaling door verdachte aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij doet vervallen en vice versa. De middelen van cassatie konden niet tot vernietiging leiden en behoefden geen nadere motivering.

De Hoge Raad nam kennis van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal. Gezien het ontbreken van gronden voor vernietiging werd het cassatieberoep verworpen en bleef het arrest van het hof in stand.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, op 18 maart 2008.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en de bestreden uitspraak wordt ambtshalve verbeterd.

Uitspraak

18 maart 2008
Strafkamer
nr. 00832/07
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 24 januari 2007, nummer 21/005819-05, in de strafzaak tegen:
[verdachte 3], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Rijnmond" (locatie "De Schie") te Rotterdam.
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. C.F. Korvinus, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak verbeterd zal lezen en het beroep voor het overige zal verwerpen.
1.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
Het Hof heeft bij de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzuimd de naam van de benadeelde partij, [benadeelde partij], te vermelden en te bepalen dat indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij inzoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.
Aangenomen moet worden dat het Hof dat ten gevolge van een kennelijke vergissing heeft nagelaten. De Hoge Raad leest de bestreden uitspraak met herstel van deze misslag.
4. Slotsom
Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren W.A.M. van Schendel en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 18 maart 2008.