Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2008:BC3719

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 februari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
43490
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • P.J. van Amersfoort
  • P. Lourens
  • C.B. Bavinck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging nadere uitspraak inzake schadevergoeding vennootschapsbelasting 1997

In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om een geschil over de vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in de bezwaarfase tegen een aanslag vennootschapsbelasting over 1997. Het hof had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en het onderzoek heropend om een nadere uitspraak te doen over de schadevergoeding.

Bij die nadere uitspraak veroordeelde het hof de Inspecteur tot vergoeding van € 8.624 aan belanghebbende. De Minister van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze nadere uitspraak.

De Hoge Raad oordeelde dat in het hoofdgeding het beroep tegen de aanslag inmiddels ongegrond was verklaard, waardoor toepassing van artikel 8:73 Awb Pro niet aan de orde was. De nadere uitspraak van het hof kon daarom niet in stand blijven en werd vernietigd. De zaak werd door de Hoge Raad zelf afgedaan zonder proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de nadere uitspraak over schadevergoeding en doet de zaak zelf af zonder proceskostenveroordeling.

Uitspraak

Nr. 43.490
8 februari 2008
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van de Minister van Financiën tegen de nadere uitspraak als bedoeld in artikel 8:73, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht van het Gerechtshof te Amsterdam van 12 juli 2006, nr. P04/04448, betreffende het verzoek van X B.V. te Z (hierna: belanghebbende) tot toekenning van schadevergoeding.
1. Het geding in feitelijke instantie
Het Hof heeft op 1 februari 2006 uitspraak gedaan op het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Inspecteur op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan haar opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting voor het jaar 1997. In deze uitspraak heeft het Hof het beroep gegrond verklaard en het onderzoek heropend ter voorbereiding van een nadere uitspraak op het verzoek van belanghebbende tot toekenning van een schadevergoeding in verband met de door haar gemaakte kosten van rechtsbijstand in de bezwaarfase.
Bij de nadere uitspraak van 12 juli 2006 heeft het Hof de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van de door belanghebbende geleden schade tot een bedrag van € 8624. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
De Minister heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van het middel
Het middel slaagt. Bij het heden in de zaak met nummer 43083 tussen dezelfde partijen uitgesproken arrest van de Hoge Raad is met vernietiging van 's Hofs uitspraak van 1 februari 2006 het onder 1 vermelde beroep tegen de uitspraak van de Inspecteur ongegrond verklaard. Zulks brengt mee dat voor toepassing van artikel 8:73 van Pro de Algemene wet bestuursrecht geen plaats is. 's Hofs op dat artikel gebaseerde uitspraak kan mitsdien niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep gegrond, en
vernietigt de nadere uitspraak van het Hof.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer P.J. van Amersfoort als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens en C.B. Bavinck, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2008.