ECLI:NL:HR:2008:BC4327
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling omzetbelasting voor natuurgeneeskundige praktijk door verpleegkundige
Belanghebbende, een natuurgeneeskundige praktijk uitgeoefend door een verpleegkundige, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over 1999-2000. De Inspecteur stelde dat de handelingen niet vrijgesteld waren van omzetbelasting. Het Hof Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond omdat de werkzaamheden niet in hoedanigheid van verpleegkundige werden verricht.
Belanghebbende stelde cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof een onjuiste rechtsopvatting had door de vrijstelling te weigeren op grond dat de handelingen niet tot het verpleegkundig beroep volgens de Wet BIG behoorden. Het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen werd daarbij betrokken, waarin lidstaten beoordelingsvrijheid hebben maar de vrijstelling moet gelden voor personen met vereiste beroepskwalificaties.
De Hoge Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van het Hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens werd bepaald dat de Staat het griffierecht van belanghebbende vergoedt.
De zaak betreft de interpretatie van artikel 11, lid 1, letter g, van de Wet op de omzetbelasting 1968 en artikel 13, A, lid 1, letter c, van de Zesde richtlijn betreffende de vrijstelling van omzetbelasting voor gezondheidskundige verzorging.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen voor hernieuwde behandeling.