ECLI:NL:HR:2008:BC4333
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Vergoeding voor extra reisuren kwalificeert als overwerkloon volgens WVA
Belanghebbende, een onderneming die CV-installaties en loodgieterswerkzaamheden verricht, kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd over 1997. De Inspecteur had de aanslag verminderd, maar het Hof verklaarde het beroep ongegrond en rekende de vergoeding voor extra reisuren niet tot overwerkloon.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en de uitspraak van de Inspecteur. Volgens de Hoge Raad moet worden uitgegaan van de normale arbeidsduur van 40 uur per week. Indien deze wordt overschreden door reistijd naar een tijdelijke, verre arbeidsplaats, en daarvoor een vergoeding wordt gegeven, is die vergoeding overwerkloon in de zin van artikel 1, lid 1, onder 2°, WVA.
De Hoge Raad benadrukt dat het feit dat de werknemer tijdens de extra reistijd geen andere arbeid verricht dan het reizen in opdracht van de werkgever, niet afdoet aan het karakter van overwerkloon. De naheffingsaanslag wordt vernietigd en de Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De vergoeding voor extra reistijd naar een verre arbeidsplaats kwalificeert als overwerkloon en de naheffingsaanslag wordt vernietigd.