ECLI:NL:HR:2008:BC4491
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot medebrenging niet verschenen getuige in civiele procedure
In deze civiele procedure vorderde SNS Bank betaling van twee bedragen van respectievelijk eiser en een derde partij. Na diverse tussenvonnissen en bewijslevering wees de rechtbank de vorderingen toe. Eiser en de derde partij stelden hoger beroep in, waarbij het hof het beroep deels niet-ontvankelijk verklaarde en de zaak verder behandelde. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank.
Eiser stelde vervolgens cassatieberoep in tegen de arresten van het hof, met name gericht op de afwijzing van het verzoek om medebrenging van een niet verschenen getuige. De Hoge Raad oordeelde dat de in het middel aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
Het cassatieberoep werd verworpen, en eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee bleef het oordeel van het hof en de rechtbank in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het vonnis van het hof wordt bekrachtigd.