ECLI:NL:HR:2008:BC5338
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over winstberekening jachtbouwer en verwijst zaak terug
Belanghebbende, een vennoot in een firma die stalen plezierjachten bouwt, kreeg voor het jaar 1999 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd. Na bezwaar werd deze verminderd, maar het Hof verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde een hogere aanslag vanwege een te lage omzetverantwoording, mede gebaseerd op de verwerking van de waarde van ingeruilde schepen.
Belanghebbende voerde aan dat winst pas werd verantwoord bij aflevering van schepen en dat de waarde van ingeruilde schepen pas in de omzet werd opgenomen bij verkoop. Het Hof oordeelde echter dat de administratie ondeugdelijk was en concludeerde dat de omzet aanmerkelijk te laag was verantwoord, waarbij het Hof aannam dat de inkoopprijs van ingeruilde schepen in de inkoopwaarde was verwerkt.
De Hoge Raad stelde vast dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de waarde van ingeruilde schepen in de kosten was opgenomen, terwijl een specificatie aangaf dat dit niet het geval was. Hierdoor was het oordeel over de te lage omzet onvoldoende onderbouwd. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof, behalve de beslissingen over griffierecht en proceskosten, en verwees de zaak terug naar het Hof voor volledige herbehandeling.
De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris van Financiën tot vergoeding van het griffierecht en de helft van de kosten van rechtsbijstand aan belanghebbende. Het arrest werd uitgesproken door vijf raadsheren onder voorzitterschap van de vice-president.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor volledige herbehandeling.