ECLI:NL:HR:2008:BC5825
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt heffing OZB over kantoorgebouw in aanbouw
Belanghebbende, een projectontwikkelingsmaatschappij, was eigenaar van een onroerende zaak bestaande uit grond met daarop een kantoorgebouw in aanbouw, dat op 1 januari 2003 voor circa 75% gereed was. De oplevering vond in 2003 plaats. De waarde van deze onroerende zaak werd vastgesteld voor het tijdvak 2003-2004, waarna belanghebbende bezwaar maakte tegen deze beschikking.
De directeur van de Dienst Belastingen van de gemeente Amsterdam handhaafde de beschikking en het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad bevestigde dat een gebouw in aanbouw kan worden betrokken in de onroerendezaakbelasting op grond van artikel 220, letter a, Gemeentewet. Het gebruik van de grond en het gebouw in aanbouw wordt aangemerkt als gebruik in de zin van de wet, ook als het gebouw nog niet is opgeleverd, mits het wordt gebouwd met het oog op eigen gebruik, verhuur of verkoop.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en sprak geen veroordeling in proceskosten uit.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt dat een gebouw in aanbouw kan worden betrokken in de OZB-heffing.