ECLI:NL:HR:2008:BC5961
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijke beïnvloeding getuige in strafzaak poging diefstal
De zaak betreft een verdachte die samen met een medeverdachte herhaaldelijk een getuige benaderde die tegen hen aangifte had gedaan en als getuige zou worden gehoord in een strafzaak over poging tot diefstal. De benaderingen vonden plaats op het werk, thuis en telefonisch, ondanks dat de getuige aangaf niet te willen spreken.
Het hof heeft geoordeeld dat het opzet van de verdachte mede gericht was op het beïnvloeden van de getuige in de zin van artikel 285a (oud) Sr, waarbij de bedreigende en intimiderende woorden en gedragingen van de verdachte en medeverdachte als zodanig zijn aangemerkt. De verdachte voerde verweer tegen de bewezenverklaring en het opzet, maar dit werd door het hof verworpen.
De Hoge Raad bevestigt de uitleg van artikel 285a (oud) Sr, waarbij opzet mede gericht moet zijn op beïnvloeding van de verklaringsvrijheid, en stelt dat dit opzet ook uit de gedragingen en omstandigheden kan worden afgeleid. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de veroordeling tot een taakstraf van honderd uur werkstraf, subsidiair vijftig dagen hechtenis, in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot een taakstraf wegens opzettelijke beïnvloeding van een getuige.