ECLI:NL:HR:2008:BC5977
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over maatstaven en weigeringsgrond bij oproeping getuigen in hoger beroep strafzaak
In deze strafzaak heeft het Hof Arnhem een verdachte veroordeeld voor medeplegen van gijzeling, diefstal met geweld en afpersing, waarbij het hof ook besliste over de oproeping van getuigen in hoger beroep. De verdachte had bij appelschriftuur meerdere getuigen opgegeven die hij wilde laten horen. Het hof wees verzoeken tot het horen van enkele getuigen af, deels wegens reeds eerder afgelegde verklaringen en onvoldoende onderbouwing.
De Hoge Raad heeft in dit arrest van 22 april 2008 de maatstaven voor de beoordeling van verzoeken tot het horen van getuigen en deskundigen in hoger beroep nader uitgewerkt. Daarbij werd vooral ingegaan op de weigeringsgrond van artikel 418, tweede lid, Wetboek van Strafvordering (Sv), die bepaalt dat oproeping kan worden geweigerd indien de getuige reeds in eerste aanleg ter terechtzitting of door de rechter-commissaris is gehoord en het hof het horen niet noodzakelijk acht.
De Hoge Raad stelde vast dat door een wetswijziging de eis dat het verhoor door de rechter-commissaris vóór de eerste terechtzitting in eerste aanleg moet zijn geweest, niet langer geldt. Dit betekent dat ook verhoren door de rechter-commissaris na de eerste terechtzitting in eerste aanleg meewegen bij de toepassing van de weigeringsgrond.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het hof onvoldoende en onjuist had gemotiveerd waarom het verzoek tot het horen van bepaalde getuigen was afgewezen. Het hof had ten onrechte aangenomen dat een getuige reeds ter terechtzitting in eerste aanleg was gehoord zonder dat dit uit het proces-verbaal bleek. De zaak werd daarom terugverwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling van het hoger beroep, waarbij de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden.
Dit arrest geeft belangrijke richtlijnen voor de toepassing van de weigeringsgrond bij het horen van getuigen in hoger beroep, waarbij het verdedigingbelang en de noodzakelijkheid van het horen centraal staan.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.