ECLI:NL:HR:2008:BC6235

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 mei 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
00410/07
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 SrArt. 33a SrArt. 36b SrArt. 36c SrArt. 36d Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging onttrekking aan het verkeer schroevendraaier en verbeurdverklaring

In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem een verdachte veroordeeld tot gevangenisstraf en onttrekking aan het verkeer van een schroevendraaier. De verdachte stelde cassatie in tegen het oordeel omtrent de onttrekking aan het verkeer van de schroevendraaier.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet voldoende heeft gemotiveerd waarom het ongecontroleerde bezit van de schroevendraaier in strijd met de wet zou zijn. Hierdoor is de beslissing tot onttrekking aan het verkeer niet naar de eis der wet met redenen omkleed en dient deze te worden vernietigd.

Aangezien aan de voorwaarden voor verbeurdverklaring van de schroevendraaier is voldaan, verklaart de Hoge Raad het voorwerp om doelmatigheidsredenen verbeurd. Het beroep wordt voor het overige verworpen en de strafoplegging blijft gebaseerd op de artikelen 33 en 33a Sr.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de onttrekking aan het verkeer van de schroevendraaier en verklaart deze verbeurd.

Uitspraak

20 mei 2008
Strafkamer
nr. S 00410/07
KM/RZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 30 juni 2006, nummer 21/002583-05, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in het Huis van Bewaring "Het Veer" te Amsterdam.
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Almelo van 11 mei 2005, voor zover aan 's Hofs oordeel onderworpen - de verdachte vrijgesproken van het bij inleidende dagvaarding onder 1 primair en 2 tenlastegelegde en hem ter zake van 1 subsidiair "poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak", 3. en 8. " eenvoudige belediging, aangedaan aan een ambtenaar, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening", 4. en 5. "diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak" en 6. "diefstal" veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf, met onttrekking aan het verkeer en teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen zoals in het arrest omschreven.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. P.A. Speijdel, advocaat te Enschede, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Schipper heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het eerste en het tweede middel
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beoordeling van het derde middel
4.1. Het middel komt op tegen 's Hofs beslissing tot onttrekking aan het verkeer van een schroevendraaier.
4.2. De bestreden uitspraak houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:
"Het na te melden inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp, met behulp waarvan het onder 1 subsidiair tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan, dient te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.
(...)
Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een schroevendraaier."
4.3. In aanmerking genomen dat niet zonder meer valt in te zien waarom de aan het verkeer onttrokken verklaarde schroevendraaier van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet, is de beslissing tot het opleggen van bedoelde maatregel niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Het middel is gegrond en het arrest kan in zoverre niet in stand blijven.
Nu in dit geval aan de voorwaarden voor verbeurdverklaring van de schroevendraaier is voldaan zal de Hoge raad om doelmatigheidsredenen dat voorwerp verbeurd verklaren.
5. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
6. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor zover daarbij de onttrekking aan het verkeer is uitgesproken van een schroevendraaier alsmede wat betreft de aanhaling van de artikelen 36b, 36c en 36d Sr;
verklaart genoemd voorwerp verbeurd;
vermeldt de artikelen 33 en 33a Sr als artikelen waarop de strafoplegging mede berust;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 20 mei 2008.