ECLI:NL:HR:2008:BC7428

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 mei 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/10673
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H. Koster
  • A.J.A. van Dorst
  • W.M.E. Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping beroep in cassatie inzake toerekeningsvatbaarheid verdachte

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem van 8 maart 2007, waarin het hof het verzoek om nader onderzoek naar de toerekeningsvatbaarheid van verdachte heeft afgewezen. Verdachte stelde dat zijn woede-uitbarsting het gevolg was van het gebruik van flurazepam in combinatie met alcohol en oxazepam. Het hof heeft dit niet aannemelijk geacht en op basis daarvan het verzoek om nader onderzoek afgewezen.

De advocaat van verdachte heeft een middel van cassatie ingediend, maar de Procureur-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat geen gronden aanwezig zijn om het arrest ambtshalve te vernietigen.

Daarom wordt het beroep verworpen. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad, waarbij de waarnemend griffier aanwezig was.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem blijft in stand.

Uitspraak

20 mei 2008
Strafkamer
nr. 07/10673
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 8 maart 2007, nummer 21/003204-05, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Noord-Brabant Noord, locatie Oosterhoek" te Grave.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.L.M. van der Voet, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Procureur-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 20 mei 2008.