ECLI:NL:HR:2008:BC7428
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep in cassatie inzake toerekeningsvatbaarheid verdachte
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem van 8 maart 2007, waarin het hof het verzoek om nader onderzoek naar de toerekeningsvatbaarheid van verdachte heeft afgewezen. Verdachte stelde dat zijn woede-uitbarsting het gevolg was van het gebruik van flurazepam in combinatie met alcohol en oxazepam. Het hof heeft dit niet aannemelijk geacht en op basis daarvan het verzoek om nader onderzoek afgewezen.
De advocaat van verdachte heeft een middel van cassatie ingediend, maar de Procureur-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat geen gronden aanwezig zijn om het arrest ambtshalve te vernietigen.
Daarom wordt het beroep verworpen. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad, waarbij de waarnemend griffier aanwezig was.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem blijft in stand.