ECLI:NL:HR:2008:BC7476
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank bij beëindigingsovereenkomst assurantietussenpersoon
In deze zaak vorderden eiseressen, assurantietussenpersonen, betaling van een bedrag van Zürich na beëindiging van hun bemiddelingsovereenkomst. De rechtbank wees de vordering af en kende een reconventionele vordering van Zürich toe. Het hof verklaarde het hoger beroep van eiseressen niet-ontvankelijk, omdat de vordering volgens het hof betrekking had op een agentuurovereenkomst die onder de bevoegdheid van de kantonrechter viel.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte aannam dat de vordering gebaseerd was op een agentuurovereenkomst in de zin van art. 39 RO Pro, omdat in de dagvaarding niet was gesteld dat eiseressen in opdracht van de verzekeraar werkten. De verwijzing naar de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf betrof een ruimere definitie van agentuur dan het hof aannam.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing. Tevens veroordeelde de Hoge Raad Zürich in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak naar ander hof voor verdere behandeling.