ECLI:NL:HR:2008:BC8093
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Arbeidsgeschil over salarisinschaling bij Holland Casino
Eiser vorderde bij de kantonrechter een verklaring voor recht dat hij vanaf 1 september 2000 recht had op een jaarsalaris van ƒ 104.061,--. Holland Casino betwistte deze vordering. Na diverse tussenvonnissen wees de kantonrechter een lagere salarisbedrag toe. Eiser stelde hoger beroep in tegen dit vonnis, terwijl Holland Casino ook in hoger beroep ging tegen meerdere tussenvonnissen. Het hof behandelde beide zaken gezamenlijk en vernietigde het vonnis van de kantonrechter, waarbij het de vordering van eiser alsnog afwees. Tevens verklaarde het hof Holland Casino niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen enkele tussenvonnissen.
Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling waren.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiser in de kosten van het geding, begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- aan salaris. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand dat de salarisvordering van eiser afwijst.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van de salarisvordering.