ECLI:NL:HR:2008:BC8100
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering reisorganisatie tot hogere provisie op grond van agentuurovereenkomst en Commercial Agreement
Airtrade Holding B.V. vorderde van Iberia Lineas Aereas de España betaling van een hogere provisie over 2001 en daaropvolgende jaren, gebaseerd op een Commercial Agreement uit 2000. Iberia had de provisie verlaagd en weigerde extra bonussen te betalen. De kantonrechter en het hof wezen de vorderingen af, stellende dat de Commercial Agreement tijdelijke, additionele prijsafspraken bevatte die uitsluitend voor 2000 golden en niet waren verlengd.
Airtrade stelde dat de Commercial Agreement integraal onderdeel was geworden van de voor onbepaalde tijd aangegane Passenger Sales Agency Agreement (PSAA), en dus voortduurde. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat de Commercial Agreement slechts tijdelijke afspraken bevatte en dat Iberia vrij was om terug te vallen op de basisprovisie uit de PSAA na afloop van de Commercial Agreement.
Het incidentele cassatieberoep van Iberia werd niet behandeld omdat het afhankelijk was van het succes van het principale beroep. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van Airtrade en veroordeelde haar in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat Iberia niet gehouden is tot betaling van hogere provisies na afloop van de Commercial Agreement 2000.