ECLI:NL:HR:2008:BC8637
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- J. de Hullu
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende bewijs persoonsverwisseling bij rijbevoegdheid
De aanvrager heeft een verzoek tot herziening ingediend tegen een vonnis van de kantonrechter waarin hij is veroordeeld voor het niet verzekeren van een motorrijtuig dat op zijn naam stond. Hij stelde dat zijn eeneiige tweelingbroer de auto zonder zijn medeweten op zijn naam had gezet, waardoor sprake zou zijn van persoonsverwisseling.
Ter ondersteuning van dit verzoek werden verklaringen overgelegd, waaronder een schriftelijke verklaring van de tweelingbroer, een aangifte van valsheid in geschrifte door de aanvrager, en getuigenverklaringen van de autoverkoper en de tweelingbroer zelf. Uit deze verklaringen bleek echter dat de auto daadwerkelijk door de tweelingbroer was gekocht en op naam van de aanvrager was gezet met diens rijbewijs, waarbij de broer toegaf verantwoordelijk te zijn voor het niet verzekeren.
De Hoge Raad concludeerde dat de stukken onvoldoende steun bieden voor het vermoeden dat de aanvrager onterecht is veroordeeld en dat de kantonrechter, indien bekend met deze feiten, de aanvrager niet zou hebben vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging. Het verzoek tot herziening werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Het arrest werd gewezen door de Hoge Raad op 22 april 2008, waarbij de aanvrage tot herziening werd afgewezen conform artikel 468 Sv Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af wegens onvoldoende bewijs van persoonsverwisseling.