ECLI:NL:HR:2008:BC8942
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Internationale kinderontvoering en uitleg van artikel 15 HKOV bij teruggeleidingsverzoek
De zaak betreft een geschil over de teruggeleiding van een minderjarig kind naar haar gewone verblijfplaats in Australië, na een internationale overbrenging door de moeder naar Nederland. De Centrale Autoriteit verzocht op grond van het Haags Verdrag inzake internationale kinderontvoering (HKOV) de onmiddellijke terugkeer van het kind of afgifte aan de vader, die in Australië woonachtig is. De rechtbank wees dit verzoek toe, maar het hof vernietigde deze beschikking en wees het verzoek af.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte de door de Australische Centrale Autoriteit afgegeven artikel 15-verklaring terzijde heeft gesteld en zelfstandig tot een afwijkende uitleg van het Australische recht is gekomen zonder voldoende motivering. De verklaring van de Centrale Autoriteit, waarin werd vastgesteld dat de overbrenging ongeoorloofd was, had groot gewicht moeten krijgen.
Verder verduidelijkt de Hoge Raad dat de rechter van de aangezochte staat niet zonder meer gebonden is aan een artikel 15-verklaring, maar deze wel als een belangrijk hulpmiddel moet beschouwen, vooral bij rechtsvragen over het gezagsrecht. Ook wordt bevestigd dat een voorafgaand opvragen van een artikel 15-verklaring niet afdoet aan de geldigheid ervan. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing.
De uitspraak benadrukt het belang van de juiste toepassing van het HKOV en de zorgvuldige beoordeling van buitenlandse gezagsregels en verklaringen bij internationale kinderontvoeringszaken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing.