ECLI:NL:HR:2008:BC8978

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 mei 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R07/049HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot vervangende toestemming erkenning minderjarige afgewezen door Hoge Raad

De man verzocht bij de rechtbank Utrecht om vervangende toestemming voor erkenning van zijn minderjarige dochter. De moeder bestreed dit verzoek, maar de bijzonder curator stelde zich niet tegen de inwilliging. De rechtbank verleende de vervangende toestemming en beval het doorhalen van de akte van erkenning.

De moeder ging in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam, dat de beschikking van de rechtbank bekrachtigde na advies van de Advocaat-Generaal. Vervolgens stelde de moeder beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de moeder geen grond voor cassatie vormen en dat het begrip 'family life' geen vereiste is voor de ontvankelijkheid van het verzoek om vervangende toestemming. Het belang van de moeder en het kind bij een ongestoorde verhouding staat centraal. Het cassatieberoep werd verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vervangende toestemming voor erkenning.

Uitspraak

16 mei 2008
Eerste Kamer
Rek.nr. R07/049HR
EV/AG
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
1. [De man],
wonende te [woonplaats],
2. mr. L. BERGHUIS-KNIJFF, in haar hoedanigheid bijzonder curator over de minderjarige [dochter],
kantoorhoudende te Utrecht,
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder, de man en de bijzonder curator.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 22 november 2005 ter griffie van de rechtbank Utrecht ingediend verzoekschrift heeft de man zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, vervangende toestemming te verlenen voor de erkenning door hem van de minderjarige [dochter] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001.
De rechtbank heeft bij beschikking van 21 december 2005 mr. L. Berghuis-Knijff benoemd tot bijzonder curator over de minderjarige.
De moeder heeft het verzoek bestreden.
De bijzonder curator heeft zich niet tegen de inwilliging van het verzoek verzet.
De rechtbank heeft bij beschikking van 22 maart 2006 de verzochte vervangende toestemming verleend en de ambtenaar van de burgerlijke stand gelast de akte van erkenning van de minderjarige door [betrokkene] door te halen.
Tegen deze beschikking heeft de moeder hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Nadat de Advocaat-Generaal bij het hof had geconcludeerd tot bekrachtiging van de bestreden uitspraak, en de mondelinge behandeling had plaatsgevonden, heeft het hof bij beschikking van 7 december 2006 de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Verweerders in cassatie hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 16 mei 2008.