ECLI:NL:HR:2008:BC8978
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vervangende toestemming erkenning minderjarige afgewezen door Hoge Raad
De man verzocht bij de rechtbank Utrecht om vervangende toestemming voor erkenning van zijn minderjarige dochter. De moeder bestreed dit verzoek, maar de bijzonder curator stelde zich niet tegen de inwilliging. De rechtbank verleende de vervangende toestemming en beval het doorhalen van de akte van erkenning.
De moeder ging in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam, dat de beschikking van de rechtbank bekrachtigde na advies van de Advocaat-Generaal. Vervolgens stelde de moeder beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de moeder geen grond voor cassatie vormen en dat het begrip 'family life' geen vereiste is voor de ontvankelijkheid van het verzoek om vervangende toestemming. Het belang van de moeder en het kind bij een ongestoorde verhouding staat centraal. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vervangende toestemming voor erkenning.