ECLI:NL:HR:2008:BC9410
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toetsingsruimte in cassatie bij vrijspraak wegens bedrijfsmatig kredietverlenen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een vrijspraak door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba. Verdachte werd verdacht van het bedrijfsmatig verlenen van kredieten aan het publiek en witwassen van geld. Het Hof sprak verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs dat hij zich opzettelijk tot het publiek had gewend en dat de gelden afkomstig waren van misdrijf.
De Hoge Raad herhaalt de relevante criteria voor toetsing in cassatie bij vrijspraak, waarbij de toetsingsruimte beperkt is en geen acht kan worden geslagen op bewijs uit het vernietigde vonnis van de eerste rechter. De begrippen 'publiek' en 'bedrijfsmatig' worden uitgelegd conform eerdere jurisprudentie, waarbij publiek niet-professionele beleggers omvat en bedrijfsmatig betekent geregeld en stelselmatig.
De Hoge Raad oordeelt dat de motivering van het Hof niet onbegrijpelijk is en dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de vrijspraak in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor bedrijfsmatig kredietverlenen aan het publiek.