ECLI:NL:HR:2008:BC9532
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verzoek tot horen rechter-commissaris als getuige in strafzaak
In deze strafzaak stond de vraag centraal of de rechter-commissaris (R-C) als getuige gehoord kon worden over verklaringen die hij op grond van artikel 187d Sv had besloten niet openbaar te maken. De verdediging verzocht hiertoe, omdat alleen de R-C precies wist wat er tijdens het onderzoek was gebeurd, vooral met betrekking tot de inzet van peilbakens.
Het hof wees dit verzoek af, omdat het horen van de R-C als getuige het gesloten stelsel van strafvorderlijke bevoegdheden zou doorbreken. Dit oordeel werd door de Hoge Raad bevestigd. Het hof had terecht geoordeeld dat het verzoek niet kon worden ingewilligd zonder de wettelijke regeling te doorkruisen.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, wat leidde tot strafvermindering. De opgelegde gevangenisstraf werd verminderd van drie jaar en zes maanden naar drie jaar en vier maanden. Het beroep van de verdachte werd voor het overige verworpen.
De uitspraak benadrukt het belang van het gesloten stelsel van bevoegdheden in het strafproces en bevestigt dat beslissingen van de rechter-commissaris op grond van artikel 187d Sv niet ter discussie kunnen worden gesteld door het horen van de R-C als getuige.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de afwijzing van het verzoek om de rechter-commissaris als getuige te horen en vermindert de gevangenisstraf tot drie jaar en vier maanden wegens termijnoverschrijding.