Art. 153 SvArt. 344 lid 1 sub 5 SvArt. 9 Wegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad bevestigt bewijswaardering bij ontbreken ondertekende processen-verbaal
In deze strafzaak werd de verdachte meermalen veroordeeld voor het rijden tijdens een rijontzegging en het rijden zonder verzekering. De verdediging voerde cassatie in tegen het oordeel van het hof dat de processen-verbaal, die niet waren ondertekend en niet op ambtseed waren opgemaakt, toch tot bewijs konden dienen in samenhang met ondertekende kennisgevingen van bekeuring.
De Hoge Raad bevestigde dat volgens art. 153 SvPro een proces-verbaal persoonlijk en op ambtseed moet worden opgemaakt en ondertekend door de opsporingsambtenaar. Ontbreekt dit, dan is het proces-verbaal niet in de wettelijk voorgeschreven vorm en kan het slechts als ander geschrift in de zin van art. 344 lid 1 subPro 5 Sv tot bewijs meewerken.
Het hof had ten onrechte aangenomen dat een niet-ondertekend proces-verbaal samen met een ondertekende kennisgeving van bekeuring als een ambtsedig proces-verbaal kan gelden. De Hoge Raad corrigeerde dit en stelde dat de processen-verbaal en kennisgevingen van bekeuring slechts als andere geschriften gelden, die alleen in samenhang met andere bewijsmiddelen kunnen worden gebruikt.
De bewezenverklaringen steunen echter ook op andere bewijsmiddelen, zoals vonnissen tot ontzegging van de rijbevoegdheid en bewijs van het ontbreken van verzekering. Hierdoor zijn de bewezenverklaringen voldoende gemotiveerd en het cassatieberoep faalt. De Hoge Raad verwerpt het beroep van de verdachte.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling ondanks het ontbreken van ondertekende processen-verbaal.
Uitspraak
22 april 2008
Strafkamer
nr. 00260/07
RS/RZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 2 juni 2006, nummer 21/006440-05, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Arnhem van 19 december 2005 - de verdachte ter zake van 1., 2., 3., 4. en 6. telkens opleverende "overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994" en 5. en 7. telkens opleverende "als bestuurder van een motorrijtuig daarmede op een weg rijden zonder dat er voor dat motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen is gesloten en in stand gehouden" veroordeeld ten aanzien van het onder 1., 2., 3., 4. en 6. bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden en ten aanzien van het onder 5. bewezenverklaarde tot hechtenis voor de duur van twee weken, en ten aanzien van het onder 7. bewezenverklaarde tot hechtenis voor de duur van twee weken, met verbeurdverklaring zoals in het arrest omschreven.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. F.G.W.M. Huijbers, advocaat te Nijmegen, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Schipper heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Het middel komt op tegen de motivering van de bewezenverklaringen. Daartoe wordt aangevoerd dat voor het bewijs niet hadden mogen worden gebezigd de processen-verbaal die niet zijn ondertekend en evenmin kennisgevingen van bekeuring die niet op ambtseed of ambtsbelofte zijn opgemaakt.
3.2. Ten laste van de verdachte is - voor zover voor de beoordeling van het middel van belang - bewezenverklaard dat hij meermalen een auto heeft bestuurd terwijl hij wist dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd (feiten 1, 2, 4 en 6) alsmede dat hij meermalen met een auto heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg zonder een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (feiten 5 en 7).
3.3.1. Deze bewezenverklaring steunt - voor zover voor de beoordeling van het middel van belang - op de volgende bewijsmiddelen:
- ten aanzien van feit 1:
a. een kennisgeving van bekeuring, opgemaakt en ondertekend door de opsporingsambtenaar [verbalisant 1], voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant:
"Plaats: Westerkanaaldijk te Malden, gemeente Heumen
Soort voertuig: personenauto
Ik, ambtenaar, constateerde dat op 22 maart 2005 de volgende gedraging/overtreding werd verricht: rijden tijdens rijontzegging met een personenauto.
De betrokkene/verdachte gaf, daarnaar gevraagd op:
Naam: [verdachte]
Geboorteplaats: [geboorteplaats]
Geboortedatum: [geboortedatum]-71"
b. een niet ondertekend proces-verbaal van politie, opgemaakt door de opsporingsambtenaar [verbalisant 1], voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant:
"Ik, [verbalisant 1], zag / constateerde, dat op 22 maart 2005 te Malden op de Westerkanaaldijk, een persoon die wist of redelijkerwijs moest weten dat hem/haar bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem/haar die bevoegdheid was ontzegd, op de weg een motorrijtuig bestuurde of deed besturen, waarvoor een rijbewijs vereist was."
c. een akte van uitreiking gehecht aan het hierna onder d vermelde geschrift, voor zover inhoudende dat de onder d vermelde brief op 19 oktober 2004 in persoon aan de verdachte is uitgereikt, welke akte is getekend voor ontvangst.
d. een bij het hierboven onder c vermelde bescheid behorend geschrift voor zover inhoudende dat aan de verdachte bij onherroepelijk geworden vonnis van de kantonrechter in het arrondissement Arnhem, zitting houdende te Nijmegen, van 15 september 2004 onder meer de bevoegdheid is ontzegd motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden, ingaande op de 21ste dag na betekening van dit schrijven.
- ten aanzien van feit 2:
e. een kennisgeving van bekeuring, opgemaakt en ondertekend door de opsporingsambtenaar [verbalisant 2], voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant:
"Plaats: Broekkant te Malden, gemeente Heumen
Soort voertuig: personenauto
Ik, ambtenaar, constateerde dat op 9 april 2005 de volgende gedraging/overtreding werd verricht: rijden tijdens obm.
De betrokkene/verdachte gaf, daarnaar gevraagd op:
Naam: [verdachte]
Geboorteplaats: [geboorteplaats]
Geboortedatum: [geboortedatum]-71
Verklaring verdachte: Ik weet dat ik OBM heb. Ik ging toch rijden."
f. een niet ondertekend proces-verbaal van politie, opgemaakt door de opsporingsambtenaar [verbalisant 2], voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant:
"Ik, [verbalisant 2], zag / constateerde, dat een persoon die wist of redelijkerwijs moest weten dat hem/haar bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem/haar die bevoegdheid was ontzegd, op de Eendenpoelseweg te Malden een motorrijtuig bestuurde of deed besturen, waarvoor een rijbewijs vereist was."
g. een akte van uitreiking gehecht aan het hierna onder h vermelde geschrift, voor zover inhoudende dat de onder h vermelde brief op 19 oktober 2004 in persoon aan de verdachte is uitgereikt, welke akte is getekend voor ontvangst.
h. een bij het hierboven onder g vermelde bescheid behorend geschrift, voor zover inhoudende dat aan de verdachte bij onherroepelijk geworden vonnis van de kantonrechter in het arrondissement Arnhem, zitting houdende te Nijmegen, van 15 september 2004 onder meer de bevoegdheid is ontzegd motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden, ingaande op de 21ste dag na betekening van dit schrijven.
- ten aanzien van feit 4:
i. een kennisgeving van bekeuring, opgemaakt en ondertekend door de opsporingsambtenaar [verbalisant 3], voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant:
"Plaats: Muntweg te Nijmegen, gemeente Nijmegen
Soort voertuig: personenauto
Ik, ambtenaar, constateerde dat op 14 maart 2005 de volgende overtreding werd verricht: rijden tijdens obm.
De betrokkene/verdachte gaf, daarnaar gevraagd op:
Naam: [verdachte]
Geboorteplaats: [geboorteplaats]
Geboortedatum: [geboortedatum]-71"
j. een niet ondertekend proces-verbaal van politie, opgemaakt door de opsporingsambtenaar [verbalisant 3], voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant:
"Ik, [verbalisant 3], zag/constateerde dat een persoon die wist of redelijkerwijs moest weten dat hem/haar bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem/haar die bevoegdheid was ontzegd, op 14 maart 2005 op de Muntweg te Nijmegen een motorrijtuig, met kenteken [AA-BB-00] bestuurde of deed besturen, waarvoor een rijbewijs vereist was."
k. een akte van uitreiking gehecht aan het hierna onder l vermelde geschrift, voor zover inhoudende dat de onder l vermelde brief op 19 oktober 2004 in persoon aan de verdachte is uitgereikt, welke akte is getekend voor ontvangst.
l. een bij het hierboven onder k vermelde bescheid behorend geschrift, voor zover inhoudende dat aan de verdachte bij onherroepelijk geworden vonnis van de kantonrechter in het arrondissement Arnhem, zitting houdende te Nijmegen, van 15 september 2004 onder meer de bevoegdheid is ontzegd motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden, ingaande op de 21ste dag na betekening van dit schrijven.
- ten aanzien van feit 5:
m. een kennisgeving van bekeuring, opgemaakt en ondertekend door de opsporingsambtenaar [verbalisant 3], voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant:
"Plaats: Muntweg te Nijmegen, gemeente Nijmegen
Soort voertuig: personenauto
Ik, ambtenaar, constateerde dat op 14 maart 2005 de volgende overtreding werd verricht: rijden tijdens obm.
De betrokkene/verdachte gaf, daarnaar gevraagd op:
Naam: [verdachte]
Geboorteplaats: [geboorteplaats]
Geboortedatum: [geboortedatum]-71"
n. een niet ondertekend proces-verbaal, opgemaakt door de opsporingsambtenaar [verbalisant 3], voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant:
"Ik, [verbalisant 3], zag/constateerde dat een persoon die wist of redelijkerwijs moest weten dat hem/haar bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem/haar die bevoegdheid was ontzegd, op 14 maart 2005 op de Muntweg te Nijmegen een motorrijtuig, met kenteken [AA-BB-00] bestuurde of deed besturen, waarvoor een rijbewijs vereist was."
o. een uittreksel van 24 oktober 2005, waaruit blijkt dat de auto waarin de verdachte reed, een Ford-Escort, met kenteken [AA-BB-00], niet verzekerd was op de peildatum 14 maart 2005.
- ten aanzien van feit 6:
p. een kennisgeving van bekeuring, opgemaakt en ondertekend door de opsporingsambtenaar [verbalisant 4], voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant:
"Plaats: Broekkant te Malden, gemeente Heumen
Soort voertuig: personenauto
Ik, ambtenaar, constateerde dat op 11 april 2005 de volgende gedraging/overtreding werd verricht: rijden zonder rijbewijs
De betrokkene/verdachte gaf, daarnaar gevraagd op:
Naam: [verdachte]
Geboorteplaats: [geboorteplaats]
Geboortedatum [geboortedatum]-71
Verklaring verdachte: Ik heb geen rijbewijs, ligt bij parket."
q. een niet ondertekend proces-verbaal van politie, opgemaakt door de opsporingsambtenaar [verbalisant 4], voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant:
"Ik, [verbalisant 4], zag/constateerde, dat een persoon op 11 april 2005 op de Broekkant te Malden als bestuurder van een motorrijtuig daarmee heeft gereden zonder rijbewijs voor de categorie waartoe dat motorrijtuig behoorde."
r. een niet ondertekend proces-verbaal van politie, opgemaakt door de opsporingsambtenaar [verbalisant 4], voor zover inhoudende als de verklaring van de verdachte:
"Ik heb geen rijbewijs, ligt bij het parket. Ik heb maar een klein stukje gereden."
s. een akte van uitreiking gehecht aan het hierna onder t vermelde geschrift, voor zover inhoudende dat de onder t vermelde brief op 19 oktober 2004 in persoon aan de verdachte is uitgereikt, welke akte is getekend voor ontvangst.
t. een bij het hierboven onder s vermelde bescheid behorend geschrift, voor zover inhoudende dat aan de verdachte bij onherroepelijk geworden vonnis van de kantonrechter in het arrondissement Arnhem, zitting houdende te Nijmegen, van 15 september 2004 onder meer de bevoegdheid is ontzegd motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden, ingaande op de 21ste dag na betekening van dit schrijven.
- ten aanzien van feit 7:
u. een niet ondertekend proces-verbaal van politie, opgemaakt door de opsporingsambtenaar [verbalisant 4], voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant:
"Ik, [verbalisant 4], zag/constateerde, dat een persoon op 11 april 2005 op de Broekkant te Malden als bestuurder van een motorrijtuig daarmee heeft gereden zonder rijbewijs voor de categorie waartoe dat motorrijtuig behoorde."
v. een niet ondertekend proces-verbaal van politie, opgemaakt door de opsporingsambtenaar [verbalisant 4], voor zover inhoudende als de verklaring van de verdachte:
"Ik heb geen rijbewijs, ligt bij het parket. Ik heb maar een klein stukje gereden."
w. een uittreksel, peildatum 11 april 2005, waaruit blijkt dat de auto waarin de verdachte reed, gekentekend [CC-DD-00], naam eigenaar [verdachte], niet verzekerd was op 11 april 2005.
3.3.2. Het Hof heeft het in het middel bedoelde verweer als volgt samengevat en verworpen:
"Door de verdediging is ten aanzien van alle zeven tenlastegelegde feiten vrijspraak bepleit. Ten aanzien van de feiten 1, 2, 4 en 6 is specifiek aangevoerd dat er geen wettig en overtuigend bewijs voorhanden is nu de met betrekking tot die feiten opgemaakte processen-verbaal niet ambtsedig zijn opgemaakt aangezien deze niet zijn ondertekend door de desbetreffende verbalisanten, terwijl de kennisgevingen van bekeuringen niet als een proces-verbaal kunnen gelden nu daaruit niet blijkt dat zij op ambtseed of belofte zijn opgemaakt.
Het hof acht alle tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Weliswaar zijn de uitgetypte processen-verbaal voor de feiten 1, 2, 4, 5, 6 en 7 niet ondertekend, maar deze processen-verbaal - waaruit wel blijkt dat de kennisgevingen van bekeuring op ambtseed of ambtsbelofte zijn opgemaakt - behelzen letterlijk hetgeen in de wél door verbalisanten ondertekende bijgevoegde kennisgevingen van bekeuring staat vermeld, zodat deze stukken in onderling verband en samenhang als proces-verbaal in de zin van artikel 344 lid 1 onderPro 2 Wetboek van Strafvordering dienen te worden beschouwd. Ook overigens is het hof van oordeel dat, voor zover de lezing van verdachte afwijkend is van de in de processen-verbaal neergelegde weergave van de gebeurtenissen, zijn betoog wordt weersproken door de bewijsmiddelen, zoals deze in de eventueel op te maken aanvulling op het arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van die van de lezing van verdachte afwijkende, bewijsmiddelen te twijfelen."
3.4. De processen-verbaal en kennisgevingen van bekeuring behoren tot de stukken van het geding. Daaruit blijkt:
- dat de processen-verbaal op een latere datum zijn opgemaakt dan de kennisgevingen van bekeuring en dat zij niet zijn ondertekend,
- dat de processen-verbaal inhouden dat zij op ambtseed/ambtsbelofte zijn opgemaakt en dat een kennisgeving van bekeuring is bijgevoegd welke deel uitmaakt van dat proces-verbaal,
- dat de kennisgevingen van bekeuring, welke met de hand zijn ingevuld en door de verbalisant zijn ondertekend, niet inhouden dat zij op ambtseed/ambtsbelofte zijn opgemaakt.
3.5. Art. 153 SvPro houdt onder meer in dat een proces-verbaal door een opsporingsambtenaar persoonlijk en op ambtseed dient te worden opgemaakt, gedagtekend en ondertekend. Een door een opsporingsambtenaar opgemaakt proces-verbaal dat niet op ambtseed of ambtsbelofte is opgemaakt, of niet is ondertekend, is niet in de wettelijk voorgeschreven vorm opgemaakt en kan slechts als ander geschrift in de zin van art. 344, eerste lid aanhef en onder 5º, Sv tot het bewijs meewerken (vgl. HR 16 januari 2007, LJN AZ2481, NJ 2007, 67).
3.6. Het hiervoor onder 3.3 weergegeven oordeel van het Hof gaat uit van de opvatting dat een ambtsedig proces-verbaal ondanks het ontbreken van de vereiste ondertekening in de wettelijk voorgeschreven vorm is opgemaakt, indien het vergezeld gaat van een door een opsporingsambtenaar geschreven kennisgeving van bekeuring die inhoudelijk met het uitgetypte proces-verbaal overeenstemt en wel is ondertekend. Die opvatting is onjuist.
3.7. De processen-verbaal en kennisgevingen van bekeuring voldoen niet aan de vereisten van art. 153 SvPro. Zij dienen te worden aangemerkt als andere geschriften in de zin van art. 344, eerste lid aanhef en onder 5, Sv. Laatstgenoemde wetsbepaling houdt in dat andere geschriften als in die bepaling bedoeld slechts kunnen gelden in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen. Dergelijke andere bewijsmiddelen zijn door het Hof tot bewijs van de bewezenverklaringen onder 1, 2, 4 en 6 gebezigd. Immers die bewezenverklaringen steunen telkens behalve op de onderscheiden processen-verbaal en kennisgevingen van bekeuring - die ten opzichte van elkaar niet als andere geschriften kunnen worden aangemerkt aangezien het proces-verbaal telkens een uitwerking is van de kennisgeving van bekeuring - ook op geschriften die inhouden dat de verdachte tot ontzegging van de rijbevoegdheid is veroordeeld en dat hem daarvan kennis is gegeven (zie hiervoor onder 3.3.1 sub c en d, g en h, sub k en l, sub r, s en t). Hetzelfde geldt voor de bewezenverklaringen onder 5 en 7. Die steunen telkens ook op geschriften die inhouden dat - kort gezegd - de desbetreffende auto niet was verzekerd (zie hiervoor onder 3.3.1 sub o en w).
3.8. Naar volgt uit de hiervoor weergegeven bewijsvoering steunt de bewezenverklaring voor ieder feit dus ook op minstens één ander bewijsmiddel dan één ander geschrift in vorenbedoelde zin, als hoedanig ook een ander geschrift mag gelden (vgl. HR 28 september 2004, LJN AO9131, NJ 2005, 93). Dat brengt mee dat de bewezenverklaringen toereikend zijn gemotiveerd.
3.9. Het middel faalt.
4. Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.A.M. van Schendel, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 22 april 2008.