ECLI:NL:HR:2008:BD0457
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beklag tegen niet-vervolging ministers en Kamerleden ambtsmisdrijven Fortuyn
In deze zaak deden de vereniging De Nieuwe Toekomst Partij (NTP) en enkele individuen aangifte wegens dood door schuld tegen politiek verantwoordelijke ministers, staatssecretarissen en leden van de Tweede Kamer, die volgens hen nalieten adequate persoonsbeveiliging te bieden aan dr. W.S.P. Fortuyn, wiens leven ernstig werd bedreigd. De hoofdofficier van justitie wees de aangifte af wegens gebrek aan een vermoeden van misdrijf.
De klagers deden vervolgens beklag op grond van artikel 12 Sv Pro bij het gerechtshof, dat zich onbevoegd verklaarde en de zaak verwees naar de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde de klagers niet-ontvankelijk te verklaren.
De Hoge Raad oordeelde dat de vervolgingsbevoegdheid voor ambtsmisdrijven exclusief toekomt aan de Kroon of de Tweede Kamer, zoals neergelegd in artikel 119 van Pro de Grondwet en bijbehorende wettelijke bepalingen. Hierdoor is de Hoge Raad niet bevoegd om opdracht tot vervolging te geven en is het beklag kennelijk niet-ontvankelijk. De oproeping van klagers werd daarom achterwege gelaten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de klagers niet-ontvankelijk in hun beklag wegens exclusieve vervolgingsbevoegdheid van Kroon en Tweede Kamer.