ECLI:NL:HR:2008:BD0473
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Waardedrukkend effect duurzame zelfbewoning bij waardering landbouwcomplex
Belanghebbende exploiteerde een landbouwbedrijf en beëindigde dit per 30 juni 2001. De tot het ondernemingsvermogen behorende onroerende zaken, waaronder een woning, erf, landbouwschuur, bioloodsen en landbouwgrond, werden overgebracht naar het privévermogen en minnelijk getaxeerd als complex. De taxateurs stelden het erfperceel op 5000 m², waarvan 2350 m² (het restperceel) als bouwland in gebruik was.
Na staking gaf belanghebbende het restperceel samen met ander bouwland aan een familielid voor agrarisch gebruik. Het geschil betrof of het waardedrukkende effect van duurzame zelfbewoning zich ook uitstrekt tot de bioloodsen en het restperceel. Het hof oordeelde dat deze onderdelen direct en volledig in gebruik konden worden genomen door derden, zodat geen waardedrukkende factor wegens zelfbewoning van toepassing was.
De Hoge Raad bevestigt dat duurzame zelfbewoning een waardedrukkend effect kan hebben bij waardering als complex, maar stelt dat dit alleen geldt voor onroerende zaken die op het moment van staking min of meer duurzaam voor woondoeleinden werden gebruikt. Het hof heeft terecht geoordeeld dat bioloodsen en restperceel niet voor woondoeleinden werden gebruikt en dus geen waardedrukkend effect kennen.
Wel oordeelt de Hoge Raad dat het hof ten onrechte voorbijging aan de klacht dat de Inspecteur het erfperceel kunstmatig had gesplitst en de waarde van het restperceel onjuist had berekend. Daarom wordt het arrest van het hof vernietigd en de zaak terugverwezen voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.
De Staatssecretaris van Financiën wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding en belanghebbende krijgt vergoeding van griffierecht. De verdere kostenverdeling wordt aan het verwijzingshof overgelaten.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest.