ECLI:NL:HR:2008:BD0686

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C07/019HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering wegens misgelopen prijzengeld bij televisiequiz

Eiser vorderde bij de rechtbank Amsterdam dat Endemol aansprakelijk werd gesteld voor de door hem geleden schade als gevolg van misgelopen prijzengeld bij deelname aan een televisiequiz. De rechtbank wees de vordering af en het gerechtshof Amsterdam bekrachtigde dit oordeel in hoger beroep.

Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep behandeld en de klachten van eiser verworpen. Gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie (RO) was geen nadere motivering vereist omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad veroordeelde eiser in de kosten van het geding in cassatie en bevestigde daarmee het oordeel van de lagere rechterlijke instanties. De zaak betrof een geschil over aansprakelijkheid en schadevergoeding in de context van deelname aan een televisiequiz, waarbij de vordering van eiser niet werd toegewezen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de eerdere afwijzing van zijn vordering bevestigd.

Uitspraak

13 juni 2008
Eerste Kamer
Nr. C07/019HR
RM/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt,
t e g e n
ENDEMOL NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Aalsmeer,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Endemol.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 1 augustus 2002 Endemol gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam en gevorderd, kort gezegd, te verklaren voor recht dat Endemol aansprakelijk is voor de door hem geleden schade, met rente en kosten.
Endemol heeft de vordering bestreden en een vordering in reconventie ingesteld. De vordering in reconventie speelt in cassatie geen rol meer.
De rechtbank heeft bij eindvonnis van 6 april 2005 het gevorderde afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 21 september 2006 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Endemol heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat en mr. M.S. Goeman, advocaat bij de Hoge Raad, en voor Endemol door mr. J.A. Schaap en mr. A.A. Quaedvlieg, advocaten te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Endemol begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren P.C. Kop, A. Hammerstein, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 13 juni 2008.