ECLI:NL:HR:2008:BD1109

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 mei 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
43895
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17a lid 1 Wet OBArt. 28bis lid 3 Zesde richtlijnArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt intracommunautaire verwerving bij levering van vee uit andere lidstaten

Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1993-1997, welke na bezwaar werd verminderd. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en verminderde de aanslag verder. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat de levering van vee uit Frankrijk en België via koopovereenkomsten en vervoer naar Nederland voldoet aan het begrip intracommunautaire verwerving zoals bedoeld in artikel 17a lid 1 Wet OB, in samenhang met artikel 28bis lid 3 van de Zesde richtlijn.

De klachten van belanghebbende dat het slechts voercontracten betrof en de discussie over eigendom en vervoer faalden omdat het Hof deze feiten als niet onbegrijpelijk had vastgesteld. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot nadere motivering en wees het cassatieberoep af. Tevens werden geen proceskosten opgelegd.

Dit arrest bevestigt de uitleg van intracommunautaire verwerving bij leveringen van vee tussen lidstaten en de toepassing van Europese richtlijnen op de omzetbelasting.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het Hof dat sprake is van intracommunautaire verwerving blijft gehandhaafd.

Uitspraak

nr. 43.895
9 mei 2008
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 24 januari 2007, nr. 01/00502, betreffende een naheffingsaanslag in de omzetbelasting.
1. Het geding in feitelijke instantie
Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 januari 1993 tot en met 31 december 1997 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd. De naheffingsaanslag is, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur verminderd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en de aanslag verder verminderd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Staatssecretaris heeft een conclusie van dupliek ingediend.
3. Beoordeling van de klachten
3.1. Het Hof heeft verworpen de stelling van belanghebbende dat met betrekking tot het onderhavige, uit Frankrijk en België afkomstige vee slechts sprake was van voercontracten. Het Hof heeft voorts geoordeeld dat belanghebbende het vee heeft verkregen door het sluiten van koopovereenkomsten met in andere lidstaten gevestigde ondernemers en dat het vee binnen het kader van die overeenkomsten vanuit die andere lidstaten naar Nederland is vervoerd.
Voor zover de klachten tegen die oordelen opkomen falen zij, nu die oordelen als van feitelijke aard en niet onbegrijpelijk in cassatie niet met vrucht kunnen worden bestreden.
Gegeven die oordelen is, ongeacht de vraag waar belanghebbende de eigendom van het vee heeft verkregen en ongeacht de vraag door wie of voor wiens rekening het vervoer naar Nederland geschiedde, juist 's Hofs oordeel dat de verkrijging door belanghebbende van het desbetreffende vee voldoet aan de omschrijving van het begrip intracommunautaire verwerving in artikel 17a, lid 1, van de Wet op de omzetbelasting 1968, zoals die bepaling moet worden uitgelegd in het licht van artikel 28bis, lid 3, van de Zesde richtlijn (vgl. HvJ 27 september 2007, Teleos plc e.a., C-409/04, BNB 2008/11, pt. 27). Voor zover de klachten van een andere opvatting uitgaan, falen zij derhalve eveneens.
3.2. De klachten kunnen ook voor het overige niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens en E.N. Punt, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 9 mei 2008.