ECLI:NL:HR:2008:BD1387
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Immuniteit van executie voor belastingvordering van buitenlandse staat bij conservatoir beslag
In deze zaak vorderde JCR de opheffing van conservatoir derdenbeslag dat Azeta had gelegd onder JCR ter verzekering van een vordering op de Republiek Chili. Azeta had beslag gelegd op een bedrag dat JCR aan de Republiek Chili verschuldigd was vanwege dividendbelasting. De voorzieningenrechter wees de vordering tot opheffing af, maar het hof vernietigde dit en hechtte de Staat als tussenkomende partij aan, waarna het beslag werd opgeheven.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat belastingvorderingen van een buitenlandse staat als goederen met een publieke bestemming moeten worden beschouwd en daarom immuniteit van executie genieten op grond van het volkenrecht. Dit betekent dat dergelijke vorderingen niet vatbaar zijn voor beslaglegging in Nederland.
De Hoge Raad verwierp de klachten van Azeta dat de vordering niet als een publieke zaak kon worden aangemerkt en dat de commercial exception van toepassing zou zijn. Het hof had voldoende gemotiveerd geoordeeld dat de belastingvordering niet bestemd was voor commerciële doeleinden en dat de immuniteit van executie niet absoluut is, maar wel geldt voor staatseigendommen met een publieke bestemming.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde Azeta in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de belastingvordering van de buitenlandse staat immuniteit van executie geniet en het conservatoir beslag wordt opgeheven.