ECLI:NL:HR:2008:BD1618
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt tenaamstelling naheffingsaanslagen omzetbelasting bij personeel ter beschikkingstelling
Aan belanghebbende zijn naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd over de periode van september 1993 tot september 1998, met daarbij boetes en verhogingen. De Inspecteur handhaafde de aanslagen deels, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Gerechtshof. Na vernietiging door de Hoge Raad in een eerdere procedure werd de zaak door het Hof Amsterdam behandeld, dat de aanslagen en boetes aanzienlijk verminderde.
Belanghebbende stelde dat de naheffingsaanslagen onterecht op haar naam waren gesteld omdat de vennootschap onder firma (v.o.f.) de ondernemer was die de diensten verrichtte. Het Hof oordeelde echter dat de in de v.o.f. ingeschreven Polen feitelijk werknemers van belanghebbende waren, en dat belanghebbende de diensten verrichtte. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af.
De Hoge Raad overweegt dat de oordelen van het Hof geen onjuiste rechtsopvatting bevatten en dat de feitelijke waarderingen niet in cassatie worden getoetst. Ook het standpunt dat het verlaagde tarief van toepassing zou zijn, faalt. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de naheffingsaanslagen terecht zijn gesteld aan belanghebbende.