ECLI:NL:HR:2008:BD1720

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
00682/07
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H. Koster
  • A.J.A. van Dorst
  • W.M.E. Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen onvoorwaardelijke taakstraf van 30 uur

Op 1 juli 2008 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte verworpen tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 18 augustus 2006. In deze zaak was een taakstraf van 30 uur onvoorwaardelijk opgelegd, hoewel de schriftelijke vordering van de Advocaat-Generaal een voorwaardelijke taakstraf van 30 uur inhield. Het Hof volgde het politierapport (pv ttz) dat de onvoorwaardelijke straf vorderde en motiveerde de strafoplegging adequaat.

De Advocaat-Generaal adviseerde geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op te leggen vanwege de verhoogde kans op recidive, een advies dat door het Hof werd gevolgd. De raadsman van verdachte diende een middel van cassatie in, maar de Hoge Raad oordeelde dat het middel geen cassatiegrond bevatte en dat er geen noodzaak was tot nadere motivering.

De Hoge Raad concludeerde dat de strafoplegging naar behoren was gemotiveerd en dat er geen reden was om het arrest van het Hof te vernietigen. Het beroep werd daarom verworpen. Dit arrest werd gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter en raadsheren A.J.A. van Dorst en W.M.E. Thomassen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en de onvoorwaardelijke taakstraf van 30 uur blijft gehandhaafd.

Uitspraak

1 juli 2008
Strafkamer
nr. 00682/07
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 18 augustus 2006, nummer 20/009449-05, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G.J. Woodrow, advocaat te Tilburg, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.
1.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 1 juli 2008.