ECLI:NL:HR:2008:BD1722
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
In deze zaak stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal. Betrokkene was in hoger beroep veroordeeld tot ontneming van het volledige bedrag dat het hof als wederrechtelijk verkregen had vastgesteld. Betrokkene stelde in cassatie dat het hof ten onrechte het verweer had verworpen dat er sprake was van een medeorganisator, waardoor het voordeel gedeeld zou moeten worden.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep, stellende dat het hof voldoende gemotiveerd had geoordeeld dat het gehele bedrag aan betrokkene kon worden ontnomen. De Hoge Raad volgde dit oordeel en oordeelde dat het middel faalt omdat de gronden voor verwerping van het verweer niet onredelijk zijn.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om ambtshalve tot vernietiging over te gaan en verwierp het beroep. Hiermee bleef het arrest van het hof van 9 augustus 2006 in stand, waarbij het gehele wederrechtelijk verkregen voordeel aan betrokkene werd ontnomen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het gehele wederrechtelijk verkregen bedrag wordt aan betrokkene ontnomen.