ECLI:NL:HR:2008:BD1839
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- O. de Savornin Lohman
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Vaststelling legitimaire massa en verdeling nalatenschap in erfrechtelijke procedure
In deze civiele procedure vorderde eiser de verdeling van de nalatenschap van de erflaatster, zijn moeder, waarbij de legitimaire massa moest worden vastgesteld. De rechtbank stelde de legitimaire massa vast op ƒ 1.523.862,-- en bepaalde de verdeling van activa en passiva onder de erfgenamen, met uitkeringen aan eiser en verweerster 1.
Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld, waarbij het hof de legitimaire massa verhoogde naar ƒ 1.735.021,59 en de verdeling aanpaste, met hogere uitkeringen aan eiser en verweerster 1. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en stelde de verdeling definitief vast.
Eiser stelde beroep in cassatie tegen het arrest van het hof, maar de Hoge Raad verwierp het beroep zonder nadere motivering, omdat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Tevens werd eiser veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.