ECLI:NL:HR:2008:BD1850
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over ongeoorloofd onderscheid naar geslacht bij arbeidsongeschiktheidsverzekering voor vrouwelijke zelfstandigen
De zaak betreft een vrouwelijke zelfstandige beroepsbeoefenaar die via haar arbeidsongeschiktheidsverzekeringen bij Movir aanspraak maakte op zwangerschapsuitkeringen tijdens haar zwangerschapsverlof. Zij stelde dat de verzekeringen ongeoorloofd onderscheid naar geslacht maakten door haar geen recht te geven op een uitkering gedurende de periode van zwangerschapsverlof, anders dan bij ziekte.
De voorzieningenrechter wees de vorderingen toe, maar het hof vernietigde dit vonnis en wees de vorderingen af, stellende dat het onderscheid een indirect onderscheid betrof dat objectief gerechtvaardigd kon zijn. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en overwoog dat de polisvoorwaarden het begrip arbeidsongeschiktheid omschrijven als een beperking van ten minste 25% door objectief medisch vastgestelde stoornissen in directe relatie tot ziekte of ongeval, waaronder ook stoornissen verband houdend met zwangerschap.
De Hoge Raad stelde dat zwangerschap en bevalling niet automatisch gelijkgesteld kunnen worden aan arbeidsongeschiktheid in de zin van de polis en dat het aan de verzekeraar vrijstaat om een aparte zwangerschapsuitkering aan te bieden met afwijkende voorwaarden. De vorderingen van eiseres werden afgewezen omdat zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij arbeidsongeschikt was in de zin van de polis gedurende de zwangerschapsperiode. Het beroep werd verworpen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het beroep af en bevestigt dat de verzekeraar niet verplicht is zwangerschapsuitkeringen te verstrekken buiten de polisdefinitie van arbeidsongeschiktheid.