ECLI:NL:HR:2008:BD1857

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00758
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaard verzet tegen faillietverklaring

In deze zaak hebben verzoeksters en verzoekers zich tot de rechtbank 's-Hertogenbosch gewend met een verzoek tot faillietverklaring van verzoekster 1. De rechtbank heeft op 28 november 2007 verzoekster 1 in staat van faillissement verklaard, met benoeming van een rechter-commissaris en aanstelling van een curator.

Tegen dit vonnis hebben verzoekers verzet gedaan, waarbij zij verzocht hebben het vonnis te vernietigen. De rechtbank heeft het verzet ongegrond verklaard en het vonnis aangevuld. Hiertegen hebben verzoekers hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat het vonnis en de beschikking van de rechtbank op 13 februari 2008 heeft bekrachtigd.

Zowel verzoekster 1 als verzoekers hebben vervolgens beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen, omdat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en geen rechtsvragen opriepen die beantwoording behoefden in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarmee bleef het faillissementsvonnis ongewijzigd in stand.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is verworpen en het verzet tegen de faillietverklaring is ongegrond verklaard.

Uitspraak

20 juni 2008
Eerste Kamer
08/00758
RM/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Verzoekster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [Verzoekster 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. MANGROVE B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
4. [Verzoekster 4],
wonende te [woonplaats],
5. [Verzoeker 5],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
1. [Verweerster 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
3. [Verweerster 3],
wonende te [woonplaats],
4. [Verweerster 4],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTERS in cassatie,
niet verschenen.
Verzoekster tot cassatie onder 1 zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster 1] en verzoekers onder 2 tot en met 5 als [verzoeker] c.s. Verweersters zullen worden aangeduid als [verweerster] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 9 november 2007 ter griffie van de rechtbank 's-Hertogenbosch ingediend verzoekschrift hebben [verweerster] c.s. zich gewend tot die rechtbank en verzocht [verzoekster 1] in staat van faillissement te verklaren.
[Verzoekster 1] heeft het verzoek bestreden.
Na mondelinge behandeling van de zaak heeft de rechtbank bij vonnis van 28 november 2007 [verzoekster 1] in staat van faillissement verklaard, met benoeming van een rechter-commissaris en met aanstelling van een curator.
Met een op 6 december 2007 ter griffie van de rechtbank ingekomen verzoekschrift hebben [verzoeker] c.s. tegen het vonnis van de rechtbank verzet gedaan en verzocht voormeld vonnis van de rechtbank te vernietigen.
Bij beschikking van 24 december 2007 heeft de rechtbank het vonnis van 28 november 2007 aangevuld en het verzet ongegrond verklaard.
Tegen beide uitspraken van de rechtbank hebben [verzoeker] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Na mondelinge behandeling van de zaak heeft het hof bij arrest van 13 februari 2008 de bestreden uitspraken van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben zowel [verzoekster 1] als [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] c.s. hebben geen verweerschrift ingediend.
De zaak is voor [verzoekster 1] en [verzoeker] c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 juni 2008.