ECLI:NL:HR:2008:BD2566

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
01454/07 P
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt vermindering ontnemingsbedrag met vordering benadeelde partij

In deze zaak stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal. De betrokkene, die destijds gedetineerd was, stelde cassatieberoep in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het bedrag aan de Staat moest worden betaald, met een bepaling van dat bedrag op € 101.458,-, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging konden leiden en dat geen reden bestond om ambtshalve tot vernietiging over te gaan. Daarbij bevestigde de Hoge Raad dat, gelet op artikel 36e lid 6 Sr, het mogelijk en praktisch is om het ontnemingsbedrag te verminderen met de aan de benadeelde partij toegekende vordering.

Het arrest werd gewezen door de vice-president Corstens als voorzitter en de raadsheren de Hullu en Splinter-van Kan. Het beroep werd verworpen, waarmee het arrest van het Gerechtshof Amsterdam in stand bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het ontnemingsbedrag wordt vastgesteld op € 101.458,-.

Uitspraak

8 juli 2008
Strafkamer
nr. 01454/07 P
LBS/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 22 december 2006, nummer 21/002917-06, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[Betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Zuid-Oost, locatie Maashegge" te Overloon.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. R. Zilver, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest wat betreft het aan de Staat te betalen bedrag, tot bepaling van dat bedrag op € 101.458,- en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Slotsom
Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 8 juli 2008.