ECLI:NL:HR:2008:BD2745

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
00336/07
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens ontbreken stellige en duidelijke klachten

De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden. De Hoge Raad heeft beoordeeld of de ingebrachte middelen van cassatie voldoen aan de wettelijke criteria, namelijk dat zij stellige en duidelijke klachten moeten bevatten over de schending van rechtsregels of verzuim van toepasselijke vormvoorschriften door de lagere rechter.

De eerste en tweede middelen voldeden niet aan deze vereisten en konden daarom niet inhoudelijk worden behandeld. Het derde middel kon niet tot cassatie leiden en behoefde geen nadere motivering, aangezien het niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling leidde.

De Hoge Raad zag ook geen reden om ambtshalve de bestreden uitspraak te vernietigen. Daarom werd het cassatieberoep verworpen. Het arrest werd gewezen door de vice-president en vier raadsheren en uitgesproken op 24 juni 2008.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens het ontbreken van stellige en duidelijke klachten.

Uitspraak

24 juni 2008
Strafkamer
nr. 00336/07
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden, van 4 september 2006, nummer 24/001580-03, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. L.H.W.M. Koenen, advocaat te Lisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De middelen zijn mondeling toegelicht.
Een aanvulling op de schriftuur is eerst na afloop van de bij de wet gestelde termijn bij de griffie van de Hoge Raad ingekomen. De Hoge Raad kan op dit geschrift geen acht slaan.
De Advocaat-Generaal Schipper heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.
1.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de
Advocaat-Generaal.
2. Beoordeling van het eerste en het tweede middel
Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De als middel één en twee aangeduide klachten voldoen niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moeten blijven.
3. Beoordeling van het derde middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst, W.A.M. van Schendel, J.W. Ilsink en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 24 juni 2008.