ECLI:NL:HR:2008:BD3662

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 september 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
00736/07
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • G.J.M. Corstens
  • J.P. Balkema
  • J.W. Ilsink
  • J. de Hullu
  • H.A.G. Splinter-van Kan
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 Wegenverkeerswet 1994Art. 116 Wegenverkeerswet 1994Art. 261 SvArt. 313 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad over verbetering van kennelijke misslag in tenlastelegging zonder schending verdediging

In deze strafzaak betrof het een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin de verdachte was veroordeeld voor rijden onder invloed en rijden zonder geldig rijbewijs. De tenlastelegging vermeldde een datum 'op of omstreeks 19 juni 2005', maar het hof wijzigde deze datum in de bewezenverklaring naar '16 september 2005'.

De Hoge Raad bevestigt dat het op de weg ligt van de rechter om kennelijke misslagen in de tenlastelegging te verbeteren, mits de verdediging daardoor niet wordt geschaad. Een dergelijke verbetering is geen wijziging van de tenlastelegging in de zin van artikel 313 Sv Pro, maar een vaststelling van de juiste inhoud waarvoor geen medewerking van het openbaar ministerie of verdachte vereist is.

Het hof had echter zijn oordeel dat sprake was van een misslag en dat de verdachte niet in zijn verdediging werd geschaad door de wijziging nader moeten motiveren, zeker omdat de verdachte niet in eerste aanleg noch in hoger beroep was verschenen. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het de tenlastelegging en de strafoplegging betreft en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.

De overige onderdelen van het beroep worden verworpen. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige motivering bij correcties in de tenlastelegging en de bescherming van de verdediging tegen mogelijke nadelige gevolgen van dergelijke correcties.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover het de datumwijziging in de tenlastelegging betreft en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

30 september 2008
Strafkamer
nr. 00736/07
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, van 6 december 2006, nummer 22/002741-06, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965, ten tijde van de betekening van aanzegging uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Groot Bankenbosch" te Veenhuizen.
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage, van 26 april 2006 - de verdachte ter zake van het onder 1. en 6. bewezenverklaarde "overtreding van artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, meermalen gepleegd" en ten aanzien van het onder 2., 5. en 7. bewezenverklaarde "overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, meermalen gepleegd" en ten aanzien van het onder 3. bewezenverklaarde "als bestuurder van een motorrijtuig daarmede op een weg rijden zonder dat er voor dat motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen is gesloten en in stand gehouden" en ten aanzien van het onder 4. bewezenverklaarde "overtreding van artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994" veroordeeld ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde tot hechtenis voor de duur van twee weken en ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde tot hechtenis voor de duur van twee weken en ten aanzien van het onder 5 bewezenverklaarde tot hechtenis voor de duur van twee weken en ten aanzien van het onder 7 bewezenverklaarde tot hechtenis voor de duur van twee weken en ten aanzien van het onder 1, 4 en 6 bewezenverklaarde tot het betalen van een geldboete van € 1.800,-, subsidiair 23 dagen hechtenis en ten aanzien van het onder 4 bewezenverklaarde ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden en ten aanzien van het onder 6 bewezenverklaarde ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van acht maanden.
2. Geding in cassatie
2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.R. Mantz, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Het middel klaagt over 's Hofs wijziging van de tijdsaanduiding in het onder 4 en 5 tenlastegelegde.
3.2.1. Aan de verdachte is - voor zover in cassatie van belang - tenlastegelegd dat:
"4. hij op of omstreeks 19 juni 2005 te 's-Gravenhage als bestuurder van een voertuig (auto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 1,52 milligram, in elk geval hoger dan 0,5 milligram, alcohol per milliliter bloed bleek te zijn;
5. hij op of omstreeks 19 juni 2005 te 's-Gravenhage als bestuurder van een motorrijtuig (auto) heeft gereden op de weg, het Statenplein, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde."
3.2.2. Het Hof heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:
"4. hij op 16 september 2005 te 's-Gravenhage als bestuurder van een voertuig (auto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 1,52 milligram alcohol per milliliter bloed bleek te zijn;
5. hij op 16 september 2005 te 's-Gravenhage als bestuurder van een motorrijtuig (auto) heeft gereden op de weg, het Statenplein, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde."
3.2.3. In aansluiting op de bewezenverklaring heeft het Hof het volgende overwogen:
"Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging."
3.3. Het ligt op de weg van de rechter om in de tekst van een tenlastelegging voorkomende misslagen te verbeteren, indien de verdachte daardoor in zijn verdediging niet wordt geschaad. Zo'n verbetering is niet een wijziging van de tenlastelegging in de zin van art. 313 Sv Pro, maar slechts een vaststelling van de juiste inhoud van de tenlastelegging waarvoor geen medewerking van het openbaar ministerie of van de verdachte is vereist.
3.4. Het Hof heeft de in de tenlastelegging vermelde tijdsaanduiding 'op of omstreeks 19 juni 2005' in de bewezenverklaring gewijzigd in 'op 16 september 2005'.
Het Hof had in dit geval, gelet op de aard van de wijziging, zijn oordeel dat sprake is van een misslag nader behoren te motiveren. Dat geldt ook voor zijn oordeel dat de verdachte die noch in eerste aanleg noch in hoger beroep is verschenen door de aangebrachte wijziging niet in zijn verdediging is geschaad.
3.5. Het middel is terecht voorgesteld.
4. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 4 en 5 tenlastegelegde en de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema, J.W. Ilsink, J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 30 september 2008.